Laatste etappe Scheveningen

[English translation below]

Het heeft even geduurd, maar eindelijk onze (voorlopig) laatste blog.

We hadden een hele gezellige tijd op Terceira en genoten samen met Etienne en Denise van La Luna per huurauto van het mooie eiland. Het stadje Angra do Heroísmo ademt een hele gezellige mediterrane sfeer en is totaal anders dan wat we tot nu toe gezien hebben op de Azoren. Zelfs het weer had er zin in en knapte op, zodat we lekker in het zonnetje van onze laatste weken op de Azoren konden genieten. Langzaam bereidden we ons (vooral mentaal) voor op het naderende eind van ons avontuur en maakten plannen voor de laatste oversteek en de aankomst in Nederland. We besloten donderdag 7 juli te vertrekken richting Frankrijk, een oversteek van een dag of tien. Volgens de voorspelling zou er niet veel wind zijn, maar dat werd voor de komende weken ook niet verwacht dus het had weinig zin om daarop te gaan wachten. Er werd wel lekker zonnig weer voorspeld, dus gelukkig veel betere omstandigheden dan het laatste deel van onze oversteek vanuit Bermuda naar de Azoren toe.

En toen verliep alles – geheel in Cedo Nulli-stijl – toch net weer iets anders dan gepland. Nicole voerde per Skype vanuit de kajuit een sollicitatiegesprek en werd vervolgens uitgenodigd om persoonlijk acte de presence te komen geven. Dus zeilden we in de nacht van 7e ineens weer naar het zuiden in plaats van naar het noorden. Op naar São Miguel, waar Nicole het vliegtuig naar Amsterdam pakte voor een bliksembezoek aan Nederland.

Joris bleef achter op de boot en vermaakte zich ondertussen prima met Ronald en Mireille, die vanuit Aruba op vakantie waren op de Azoren. Een paar dagen later was Nicole alweer thuis, met een baan op zak nu helemaal klaar om naar thuishaven Scheveningen te varen. We genoten eerst nog een paar dagen van ons ongeplande verblijf in Ponta Delgado, waar juli blijkbaar de feestmaand is. Naast het stierenrennen werden er Espiritu Santo-processies gehouden, waarbij iedere parochie een door een stier getrokken kar door de straten voerde en wijn en brood uitdeelde aan de toeschouwers. We aten nog een keer heel gezellig met Ronald en Mireille en pikten op weg naar huis nog een stukje van een openlucht concert mee. Op 18 juli werden we tenslotte uitgezwaaid door Ronald, Mireille, Coen en José van de Wildeman, klaar voor de voorlopig laatste etappe op de Atlantische Oceaan.

De tocht verliep heel relaxed, met toch redelijk goede zeildagen en mooi weer. We genoten van de sterrenhemel, de dolfijnen en vooral ook van de walvissen. We merkten aan de scheepvaart al dat we dichter bij het Europese continent kwamen. Voor de Bretonse kust werd het echt weer ouderwets oppassen voor alle tankers op de snelweg. Dat was wel weer even wennen na zo lange tijd. Na elf dagen op zee legden we op de 29e aan in de jachthaven van Cherbourg.

Na onze voorraden te hebben aangevuld en weer eens een paar nachten zonder onderbreking slapen vervolgden we onze weg richting Oostende. Vlak voor Boulogne kregen we bezoek van een fregat van de Franse Kustwacht en werden we aan een zorgvuldige inspectie onderworpen. Drie man aan boord en twee duikers onder de boot, op zoek naar drugs en verstekelingen. We moesten apart van elkaar ons reisverhaal doen en zelfs het blog werd gecheckt! Na ruim anderhalf uur stapten de mannen weer op en mochten we onze tocht richting België vervolgen met een Franse verklaring van goed gedrag op zak.

In de vroege ochtend van 2 augustus voeren we de haven van Oostende in. De jachthaven van de Royal North Sea Yacht Club, waar we altijd liggen, puilde letterlijk uit van de jachten die verwaaid lagen. We parkeerden Cedo Nulli daarom maar aan de wachtsteiger van de Mercatorsluis. In afwachting van de eerste schutting zijn we nog even ons bed ingedoken om wat gemiste slaapuren te compenseren. We zijn twee dagen in het altijd gezellige Oostende gebleven. Regen, regen en nog eens regen, maar zeer gezellig met Marc van de Begerto, die even een paar weken naar huis was gevlogen en zijn boot had achtergelaten in Ponta Delgado.

En toen werd het tijd om na ruim vier jaar de Nederlandse wateren weer binnen te varen. In de Admiraal de Ruyterhaven in Vlissingen werden we door Denise en Etienne van La Luna opgewacht met een fles champagne en een dag later knalde ook op de Barnstormer een kurk om onze terugkomst en het weerzien te vieren. Het was een supergezellige aankomst in Nederland!

De allerlaatste tocht startten we op zaterdag 6 augustus om zes uur in de ochtend. Met een heerlijk zonnetje en een prachtige zeilwind stoven we in rap tempo op de stroom mee richting Scheveningen. Onderweg knoopten we alle gastenvlaggetjes van de landen die we in de afgelopen jaren hebben bezocht in het want. Ook de Haagse vlag en de enorme vlag van Jachtclub Scheveningen wapperden trots in de wind. Het was een heel feestelijk gezicht. Bij het binnenvaren van het havenhoofd werden we opgewacht door havenmeester Fabian Buijs en zijn vader Joop, die onze intocht hebben vastgelegd op de gevoelige plaat. Op de kade stonden familie en vrienden te wachten en vloeide de champagne wederom rijkelijk. Home, sweet home!

We zijn blij om weer veilig thuis te zijn en onze familie en vrienden weer te zien. We missen het mooie weer, onze nieuwe vrienden en de relaxte sfeer in de Carieb heel erg en moeten nog wel even wennen aan Nederland. Toch is het gek om te merken hoe snel je weer naadloos in het gehaaste leven hier glipt en ook vrijwel direct in de regelstand schiet. We hebben alweer auto’s, fietsen, verzekeringen, bergruimte en van alles geregeld. We hebben nog een paar weken om het cruisersleven af te bouwen, voordat het serieuze Nederlandse werk-leven weer begint. We hebben er toch ook veel zin in!

Hier stopt dus voorlopig ons blog. We willen iedereen die ons gevolgd heeft bedanken voor de belangstelling, de bezoekjes onderweg en alle leuke reacties op onze reisverhalen. We hebben genoten van ons prachtige avontuur en vonden het leuk om jullie af en toe een inkijkje te kunnen geven. Nu moeten we eerst weer een flinke tijd sparen om de schatkist bij te vullen, maar ooit gaan we nog een keertje.

To be continued dus!

Liefs, crew Cedo Nulli

 

It has taken a while, but finally our last blog.

We had a great time on Terceira enjoying the beautiful island by rental car with Etienne and Denise from La Luna. We liked the nice mediterranean atmosphere in the small town of Angra do Heroísmo a lot and enjoyed spending time there. It’s totally different from the other towns we visited in the Azores. Even the weather improved, so we were able to spend our last weeks here in the sun. Slowly we prepared (mainly psychologically) for the upcoming end of our big adventure and made plans for the last ocean crossing and the arrival in Holland. We set our departure date towards France for July 7th and estimated the crossing to take approximately 10 days. There was not a lot of wind predicted for the next few weeks, so there was no use waiting much longer. We were to expect a warm, dry and sunny crossing, so much better than the last few days of our trip from Bermuda to the Azores.

And then, totally Cedo Nulli-style, things worked out differently again. Nicole had a Skype job interview and subsequently was invited to attend the second round personally. So instead of going north, we set sail going south to São Miguel. Nicole took a flight to Amsterdam, while Joris stayed at the boat and enjoyed the company of Ronald and Mireille from Aruba, who where on a vacation trip on the Azores. After a few days Nicole returned from Holland, knowing she got the job, and we were finally ready to sail home to Scheveningen.

We enjoyed the last days of our unintended stay in Ponta Delgado, where July is the month of religious celebrations in honor of the Holy Spirit. There were bull runs and Espiritu Santo-processions in which every parish had its own cart, pulled through the streets by two big bulls while parish members distributed bread and red wine amongst the spectators.

We had a very nice farewell diner with Ronald and Mireille and also briefly attended an open air concert on our way back to the boat. Finally July 18th we were waved goodbye from the quai by Ronald and Mireille and also by Coen and José of sailing yacht Wildeman. We were totally ready for the last leg of our trans Atlantic crossing!

The journey was very relaxed and with better sailing weather than we expected. We enjoyed the beautiful clear sky and stars at night, the visiting dolphins and especially the whales we saw. As we came closer to the continent, we noticed the increasing shipping traffic. When we approached the coast of Brittany, we needed to keep a sharp look out for big tankers all the time, just like old times. It took some time getting used to the busy traffic again, after four years in the Carribean. The 29th of July, we berthed in Cherbourg Marina after 11 great days at sea. The stopover was just long enough for some shopping and good nights of sleep, before we set sail for Oostende in Belgium.

A few miles off the Boulogne coast we were boarded for a thorough inspection by the French Coast Guard. There were 3 officers on board and 2 divers below the yacht in search for drugs and refugees. We were separately questioned about our journey and even this blog was checked out to verify our stories. After 90 minutes the officers were satisfied and we were granted permission to sail on.

August 2nd we arrived early in the morning at Oostende, only to find our favorite Royal North Sea Yacht Club overcrowded by yachts waiting for the weather to improve. We were not able to find a suitable spot for Cedo Nulli and finally parked her in the waiting area of the Mercator Locks. We quickly went to bed making up for some lost sleep, while waiting for the locks to open. We stayed in Oostende for two days in the pooring rain, but enjoyed our stay and the dinner with Marc from Begerto very much. Marc was there to visit his family and home town for a few weeks, leaving his boat at Ponta Delgado.

IMG_3837And then, after four years, the time had come for us to sail back into the Dutch territorial waters. We were welcomed with champagne in the Flushing Marina by Etienne and Denise from La Luna, who left the Azores two weeks before us. The next day the cork popped again, when the Barnstomer crew opened a bottle to celebrate our safe return and our reunion. What a great way to return to our home country!

We then started our very last trip at 6 a.m. Saturday the 6th. With the sun high in the sky and great winds to sail, we raced to Scheveningen on a favourable current. During the trip we decorated the boat with all the courtesy flags we collected from the countries we have visited in the last four years. We also hoisted the flag of The Hague and the ensign of our Yacht Club. Cedo Nulli looked very festive for her re-entrance in our home port. Upon arrival we were welcomed by the harbour master Fabian Buijs and his father Joop, who took pictures of it all. On the quay there were family and friends and again, the champaign bottle was opened. Home, sweet home!

We are happy to have made it home safely and to be reunited with family and friends. On the other side we miss the great weather, our new friends and the relaxed life in the Caribbean very much. We have to get used to the Dutch life again. It is strange to notice how quickly we blend into the fast life over here. Within a day we were organising things again, so we already have 2 cars, 2 bikes, insurances, storage space, and many other things. We still have a few weeks left to slowly end our cruising life and to prepare for the Dutch working routine. Nevertheless we are looking forward to it!

So this is where our blog ends, for now anyway. We want to thank everybody who followed our adventures. Thanks guys, for your interest, your visits and the great reactions on our travel blogs. We enjoyed every minute of our great adventure and it was nice to show you around in our lives once in a while. First things first: we now have to save up some money to make up for everything we spent on the way. But we will go again, sometime.

So, to be continued!

With love, crew Cedo Nulli

Op de Azoren

[English translation below]

Brrrrrr

Brrrrrr

Bij het posten van ons laatste blog – alweer een tijdje geleden – hadden we nog een paar dagen te gaan tot de Azoren. Met de finish in zicht kregen we zoals verwacht het staartje van tropische depressie ‘Bonnie’ op ons dak. We besloten om toch te mikken op Flores, omdat we dan in ieder geval de wind en golven op de kont zouden hebben en niet van opzij. Voor ons een stuk comfortabeler en ook nog eens een stukje korter varen. We brachten de laatste drie dagen voornamelijk binnen door, want de regen stond meestal horizontaal in de kuip en de harde wind maakte het erg koud en onplezierig buiten. We vermaakten ons prima met lezen en films kijken en staken regelmatig ons hoofd door het luik om te kijken of het allemaal wel goed bleef gaan. Niet dat we veel zagen in die hoge golven en striemende regen, maar toch …

Flores

Flores

Dinsdag 7 juni doemde in alle vroegte het eiland Flores op uit de nevel. Het leek net een spookeiland uit een film en verdween regelmatig uit ons zicht. De wind was inmiddels weer afgenomen en dat maakte het aanleggen in dit piepkleine haventje een stuk gemakkelijker. Na de welverdiende champagne ploften we nog even in ons bed om bij te komen van 14 dagen lang ‘4 uur op, 4 uur af’. Daarna begon het gebruikelijke schoon schip maken, maar de was konden we gelukkig uitbesteden aan een jaren geleden op de Azoren gestrande zeiler die inmiddels zijn boot ingeleverd had voor een huis. De boot kwam relatief ongeschonden uit de strijd, op een van de giek losgebroken rodkicker (dat ding houdt de giek omhoog), een paar kleine lekkages en een kapotte windmeter na, die we gerepareerd dachten te hebben op Bermuda. Het voordeel was wel, dat we de laatste twee dagen niet goed konden zien hoe hard het eigenlijk echt waaide.

In de dagen erna liepen ook La Luna en Blue’s binnen. Marc van Begerto was er al even en gezamenlijk huurden we een taxibusje voor een rondrit over het eiland. Het zicht was door de hardnekkige mist absoluut prut, maar de dag was er niet minder gezellig door. We hebben van anderen gehoord dat het een heel mooi eiland is 😉

 

Na een weekje Flores werd het tijd voor een nieuwe locatie en gooiden we los om naar Horta, op het eiland Fajal te gaan. Maar één nacht varen met weinig wind dit keer, dus lekker relaxed. Horta is de plaats waar de meeste overstekers aankomen en samenscholen om hun overwinning op de oceaan te vieren in Café Peter Sport. Alle boten worden rijen dik opgestapeld aan de kademuur, om iedereen een plek in de herberg te kunnen geven. In een poging om aan te leggen vinden veel kleine aanvaringen plaats, wat een dagelijks theater op zichzelf is.

Je schildert er je naam en reisdetails op de kademuur, samen met iets creatiefs. Dit schijnt een voorspoedig vervolg van de reis te bevorderen. Dus natuurlijk werd ook Cedo Nulli vereeuwigd in verf. We huurden een motorscooter op de mooiste dag van ons verblijf op de Azoren en scheurden daarmee het hele eiland over. We hebben genoten van alle mooie uitzichten en de sfeer op Fajal.

Toen we de drukte aan de muur zat waren, zetten we koers naar São Jorge wel 20 hele mijlen ver (4 uurtjes varen). We werden allerhartelijkst ontvangen door havenmeester José Dias, die ons een ‘welcome to the most beautiful island of the Açores’ toeriep toen we de haven binnen voeren. De sfeer is er heel relaxed en het dorpje erg schattig. Samen met Denise en Etiënne van La Luna gingen we naar de stierenrennen in het boerengehucht Santa Amaro. De eerste dag vond dit festijn plaats in een gecreëerde ‘arena’ op het grasveldje achter het dorpshuis. Het hele dorp (200 man) was uitgelopen om het spektakel te bekijken.

De koeien en stieren waren in betere vorm dan de meeste aangeschoten mannen die over het veldje renden en hadden dan ook regelmatig één van de mannen pijnlijk te grazen. De volgende dag zouden er grotere stieren worden losgelaten in de straten (wel met een touw om de nek met zes man eraan), dus wij gingen weer kijken. Toen we in de taxi kwamen aanrijden werden we direct herkend door de locals aan de bar en als goede vrienden onthaald met bier, wijn en lokale snacks. Het was ondanks de regen beregezellig, al was de stier die wij zagen rennen een beetje suf en vielen er jammer genoeg geen gewonden dit keer.

Op 30 juni vertrokken we naar Terceira, ons laatste eiland op de Azoren. Bij vertrek miezerde het weer zoals we inmiddels gewend zijn van de Azoren. Gelukkig klaarde het snel op en konden we genieten van een heerlijke zeildag. En zo liggen we nu in de haven van Angra do Heroísmo, een schitterend stadje dat op de UNESCO werelderfgoedlijst staat. Weer heel anders dan de plaatsen waar we tot nu toe geweest zijn en leuk om te gaan ontdekken.

We blijven hier totdat zich een goed weervenster voordoet om de tocht naar huis te aanvaarden. Zoals het er nu uitziet zal dat ergens eind volgende week zijn. Nog maar 1560 mijl te gaan naar Scheveningen! We verwachten er een dag of 14 over te doen, al dan niet met een tussenstop onderweg in Frankrijk of Engeland. Dat bekijken we onderweg wel. Eerst nog even genieten :-)

Wordt vervolgd!

 

At the moment we posted our latest blog – already quite a while ago – we only had a few days to go to the Azores. As expected tropical depression ‘Bonnie’ hit us during the final miles of our crossing. We decided to approach the island ofFlores because of a downwind course with a more favourable wind and wave direction. More comfortable for us and also shorter distance to land. The last three days we mainly stayed inside as the rain and strong wind came right into the cockpit from behind. We spent our time reading a book and watching movies and once in a while we looked outside to check our situation. However we didn’t see that much due to the high waves and pelting rain, but anyway …

Tuesday June 7th early in the morning Flores suddenly appeared out of the mist. With the grey and foggy sky it just looked like a ghost island from a movie and it faded regularly untill we arrived. Finally the wind decreased a little which made mooring in the tiny harbour easier. After the well deserved bottle of champagne, we crashed into our bed for a short while to make up for 14 days of 4 hourly shifts. After our beauty sleep we cleaned out the ship and gave our laundry to a German sailor who stranded on the Azores years ago and had swapped his boat for a house. De boat survived this crossing in good condition, apart from the dismounted rodkicker (this keeps the boom up), some small leaks and the broken windspeed instrument which we thought to have fixed on Bermuda. The good thing was that we couldn’t see the actual windspeed in the last two days!

The following days La Luna and Blue’s also arrived on Flores. Marc from Begerto had been there for some time already and together we chartered a taxibus for a guided tour around the island. Unfortunately we couldn’t see much because of the foggy weather, but we had lots of fun anyway. Other people told us that Flores is a very beautiful island 😉

After a week it was time for us to move on and we set sail for Horta on the island of Fajal. This was only a one night trip with not much wind, so the trip over was very relaxed. Horta is the town where most of the ocean crossers arrive and where people gather to celebrate their victory of beating the ocean in Café Peter Sport. All yachts are packed together in multiple layers on the marina wall to offer shelter to everybody who arrives. The sight of this, and the many boats bumping into others trying to park theirs, is a daily spectacle.

It is customary to paint your name and the specs of your journey on the wall, together with ‘something creative’. This is supposed to promote a safe passage onwards. So of course, Cedo Nulli was immortalised in paint too. On the best day of our stay on Fajal we rented a scooter and toured around the island. We enjoyed the beautiful views and atmosphere very much.

Once we got tired of the busy life on the Hortan marina wall, we moved on to São Jorge at the enormous distance of 20 miles (a trip of 4 hours) from Fajal. We were welcomed very nicely by the harbourmaster José Dias, who shouted ‘welcome to the most beautiful island of the Açores’ upon arrival in the tiny marina. The atmosphere is very relaxed and the town lovely. Together with Denise and Etiënne from La Luna we went to the bullfights in the small farmer town of Santa Amaro. The first day of this event the event took place in a arena that was created on the field behind the community center. The whole village, about 200 persons, came out to watch the fight.

Fortunately the cows and bulls where in a much better physical state then the drunk guys who tried to outrun them on the field. The animals caused them a lot of bruises and injuries. The next day there would be bigger bulls running in the streets, with six men hanging on a rope to control them and others running in front of them. We decided to have a look again and were cheered at by the guys at the bar upon arrival. They fed us beer, wine and snacks and treated us like old friends. Despite of the rain we had a great time, although the bull we saw running was kind of lame and there were not many injured people to laugh about.

July 30th we decided it was time to go to Terceira, which is our final stopover in the Azores. When we left Velas marina it was still drizzling, as we have become used to on these islands. Fortunately the weather cleared quickly and we enjoyed a wonderful day of sailing. So now we are in marina Angra do Heroísmo, a beautiful little town that is on the UNESCO World Heritage list. Totally different from the places we’ve been so far and we look forward to explore it.

We will stay here until there is a favourable weather window to start the journey home. Looks like this will be some time end of next week. Only another 1560 nautical miles to Scheveningen! We expect it to take about 14 days and don’t know yet if we will make a stopover in France or the UK. We will decide that along the way. But first we plan enjoy our last week of freedom here in Angra.

To be continued!

Atlantische oceaan deel 2

[English translation below]

IMG_3189Met nog ongeveer 350 mijl te gaan, zijn we inmiddels alweer 11 dagen onderweg. Alles gaat nog steeds prima aan boord! De dagen rijgen aaneen in ons vaste ritme van wachtlopen-eten-slapen-chillen. Om 20 uur begint het wachtschema, dat duurt tot de volgende ochtend 12 uur. In die tijd ligt een van ons te slapen terwijl de ander de wacht houdt. Dit doen we 4 uur op, 4 uur af, zodat we allebei 8 rusturen per dag hebben. De overige uren zijn we samen aan dek of binnen en genieten we met volle teugen van de tocht (meestal dan).

Deze oversteek is van een totaal andere orde dan de heenweg naar de Carieb. Toen hadden we een hele stabiele passaatwind en was de tocht op een of twee heftige buien na heel voorspelbaar. Deze tocht naar de Azoren wordt vooral gekenmerkt door de stoelendans van depressies die continu langs ons trekt. Er lijkt geen einde aan te komen en het Azoren Hoog is nergens te bekennen. De weersvoorspellingen veranderen continu en we moeten goed anticiperen om te voorkomen dat we in slecht weer met teveel wind terechtkomen. Gelukkig zitten we met veel boten in hetzelfde schuitje en is er onderling dagelijks overleg over de weersomstandigheden en de bijbehorende taktiek en koers om te varen. Soms lijkt het echt een kat en muisspel tussen de bootjes en de wind.

Tot nu toe hebben wij erg veel geluk gehad en kunnen we regelmatig genieten van mooi weer en fijne zeildagen. Het is alleen verschrikkelijk koud zodra het zonnetje verdwenen is. De wind staat door onze koers vaak dwars op de kuip of komt van achteren in en dat is weer even wennen, als je aan Caribische temperaturen gewend bent geraakt! De zeilpakken zijn weer tevoorschijn gehaald, we dragen een muts en thermondergoed en op ons bed ligt weer een dekbed. Warm welkom in Europa

Verder vermaken we ons goed. We krijgen regelmatig bezoek van dolfijnen en ook de Portugese Oorlogschepen zijn nog steeds van de partij. Helaas geen walvissen meer gespot, wel een oranje schildpad. We kijken films tijdens de wacht en lezen veel. Het uitzicht is prachtig. De oceaan hebben we in vele staten gezien: van gladde spiegel tot metershoge golven, van diepblauw tot bijna zwart. Ongelofelijk hoe snel de omstandigheden kunnen omslaan. Er zijn prachtige heldere nachten en we kunnen Mars heel goed zien. De planeet ziet eruit als een helder geel/oranje gloeilamp. We hebben begrepen dat dit fenomeen pas over elf jaar weer voorkomt, dus dat pikken we nu toch maar mooi mee!

Zo, dat was het wel zo’n beetje. We denken maandag of dinsdag aan te komen op de Azoren. De planning is Flores, maar dan moet het lagedrukgebied dat er vlakbij ligt wel even opkrassen. Anders wordt het Horta of blijven we de Vliegende Hollander. We bekijken het gewoon van dag tot dag. Jullie horen wel waar ons schip begin volgende week gestrand is!

Groeten vanaf de Cedo Nulli

Positie 36.57N 37.28W met een koers van 90 graden
4 juni 2016, 04:00 UTC

 

We are 11 days on our way and just 350 miles to go. Everything is still splendid on board! Days ng are passing by in a rythm of keeping watch-eat-sleep-chill. At 20:00 hours watch system starts, this lasts till the next morning 12:00 hours. During this time, one of us is on watch while the other is sleeping. Every watch shift is 4 hours and this repeats 4 times, so both get 8 hours of sleep every day. The other part of the day we are together outside or inside and enjoying the trip (well, most of the time).

This crossing is totally different from the southern route to the Caribbean. There we had a stable trade wind and our trip was very predictable with the exception of one or two squalls. This trip to the Azores we have to navigate around a continuous train of depressions. Those seem to be endless and the steady Azores High is nowhere around. The weather forecast is changing continuously and we have to anticipate well to prevent ending up in bad weather with too much wind. But we are with a lot of boats in the same situation and there is daily communication about the forecast, tactics and best course to sail. It seems like the wind is chasing the sailing boats on the North Atlantic.

Till now we have been very lucky and most of the time can enjoy the weather and nice days of sailing. The only thing, it’s freezing cold at the moment the sun disappears. Due to our course the wind is often blowing right into our cockpit and this cold breeze is pretty unpleasant when you are used to the Caribbean temperatures. We dug out and are already wearing our sailing clothes again including fleece hats and thermo underwear and we’ve put extra blankets on our bed. A warm welcome to Europe for us.

But we don’t complain. Dolphins are visiting us regularly and also the Portuguese Man-O-War are still here. Unfortunately we haven’t been able to spot any whales anymore, but we did see an orange turtle. We are watching movies during the watch shift and are reading a lot. The view is magnificent. We’ve seen the ocean in many states: from a mirror to huge waves, from deep-blue to dark black with white caps. Incredible how fast the circumstances can change. There are beautiful clear nights and we can see Mars very well. The planet looks like a very bright yellow/orange lamp. We understood from another boat that this can only be seen again in 11 years time, so this is something else again to remember.

Well, that’s it for the moment. We think we’ll arrive at the Azores on Monday or Tuesday. The planning is to set foot on Flores, but a nasty low close by has to move away first. Otherwise it will be Horta or we remain the Flying Dutchman. Anyway, we will take it day by day. You will hear from us where we stranded early next week!

Greetings from Cedo Nulli
Position 36.57N 37.28W on a course of 90 degrees
June 4th, 2016 04:00 UTC

Bermuda – Azoren

[English translation below]

Helaas is er iets misgegaan met het posten op onze blog tijdens de oversteek van Bermuda naar de Azoren, dus bij deze alsnog na aankomst op de Azoren …

Na ruim 6 heerlijke weken op de Bahamas vertrokken we op 10 mei naar Bermuda, onze springplank voor de terugweg richting Europa. Toch altijd wel weer even spannend, zo’n meerdaagse tocht, maar alles verliep ook nu weer prima. We hadden van tevoren al gezien dat er dagen met weinig wind zouden zijn en hadden ons mentaal voorbereid op grote delen motoren. In de praktijk viel dat echter reuze mee, waardoor er uiteindelijk ‘slechts’40 motoruren op het log bijgeschreven hoefden te worden en we op 16 mei – een dag voor op schema – al aankwamen op Bermuda.

Je kunt niet anoniem aankomen varen bij dit eenzame eilandje op de Noord Atlantic. Op grote afstand werden we al via de marifoon welkom geheten door Bermuda Radio, de verkeersleiding op Bermuda, en bij aankomst in de havenmonding direct gedirigeerd naar de inklaarsteiger van de Douane en Immigratiedienst. Het inklaren ging met Britse efficientie. We hadden onze komst voor vertrek van de Bahamas al via de website van de verkeersleiding aangekondigd, waardoor het papierwerk keurig klaar lag en we binnen een kwartier alweer buiten stonden, vrij om ergens in de baai ons anker neer te gooien.

Het weerzien met de crew van de Wildeman en Mystic Shadow was erg gezellig en de volgende avond maakten we kennis met de bemanning van de Blue’s, La Luna, Begerto en Dalwhinnie, allemaal in voorbereiding voor de grote oversteek richting de Azoren. De ankerplaats bij St. Georges Harbour is net een grote camping, met tientallen boten van alle nationaliteiten die bijna allemaal naar Europa willen. Het is een drukte van belang bij de steiger met kleine bijbootjes en de lokale supermarkt wordt op goede vertrekdagen helemaal leeggekocht door alle vertrekkers. In de week dat wij er waren vertrok ook de ARC, de georganiseerde oversteek naar de Azoren waar een stuk of 40 boten in ‘wedstrijdverband’ aan deelnemen. Extra drukte in de haven dus.

We hebben de eertse dagen op Bermuda doorgebracht met het wat noodzakelijk onderhoud en reparaties en rondslenteren door St. Georges. Dit is een schattig Engelsachtig dorpje en geeft het gevoel al dichter bij Europa te zijn. We hebben een dag de bus gepakt richting Hamilton, de hoofdstad van Bermuda. Het is een grappig gezicht, die mannen met hun korte broek, kniekousen en daarboven jasje-dasje. De echte Britse sfeer vonden we erg leuk om weer te proeven, na al die tijd weggeweest te zijn uit Europa.

Jammer genoeg werden we ook getrakteerd op echt Brits weer en kregen we in de loop van de week meer dan voldoende regen op ons dak. Na een paar dagen begon het bij ons dan ook te kriebelen en keken we uit naar een geschikt moment om de grote sprong te gaan wagen. Maandag de 20ste leek het te worden, maar toen we wakker werden regende het weer pijpenstelen, dus hebben we de familie laten weten dat we ons vertrek een dagje zouden uitstellen. De boot gereed maken in de stromende regen is niet echte onze hobby. Rond het middaguur klaarde het ineens zodanig op dat we besloten om toch te gaan, om zodoende nog een paar dagen van de gunstige wind te kunnen profiteren.

In een eindsprint van een paar uur hebben we de laatste boodschappen en klussen gedaan, waarna we de boot volgetankt hebben en via een bliksembezoek bij Douane en Immigratie toestemming kregen om te vertrekken. Om 16:15 uur kozen we samen met de Blue’s het ruime sop voor de komende 2 weken. Bestemming: Flores op de Azoren, een slordige 1672 nautische mijl (ruim 3000 kilometer) naar het noordoosten. Verstand op nul en gaan met die banaan!

En zo zijn we nu al bijna 7 dagen onderweg en halverwege. We vermaken ons prima. De eerste 2 dagen konden we veel mijlen maken dankzij een stevige bries. Daarna varierde de wind in richting en sterkte en onze voortgang dus ook, tussen rustig zeilend, kabbelend, dobberend en motorzeilend. Sinds gisteren is de wind weer flink aangetrokken en het ziet er voor het vervolg naar uit dat we voldoende wind mee krijgen richting de Azoren, maar je weet het nooit op de Atlantische Oceaan.

Woensdag 25 mei was Joris jarig en dat hebben we gevierd met zelfgebakken appeltaart en happy hour met een borrel en gehakballetjes met mayo. Iedere dag zien we een armada aan Portugese Oorlogschepen passeren, maar op vrijdag werden we getrakteerd op een grote groep dolfijnen die een half uur rond de boot speelden en – jawel – 2 walvissen die relaxed langs Cedo Nulli zwommen.

Jullie zien het: we houden het maar met moeite vol hier aan boord! We komen de dagen door met lezen, weerbericht ophalen, koken, eten, slapen, filmpje kijken, etc. en af en toe een zeil wisselen. De hengel is nog niet uitgegooid want de koelkast puilt nog steeds uit (de kippenpoten werden alleen per 8 verkocht).

Zo, dat was het voorlopig wel weer. Tot binnenkort …

Onze positie is: 35.28.102N 049.25.842W, koers 85 graden.
30 mei 2016, 05:00 UTC

 

Unfortunately something went wrong posting ours blog during the crossing from Bermuda to the Azores, so new try after arrival at the Azores …

After more than 6 weeks Bahamas we continued the journey to Bermuda, our last stop before heading back to Europe. As always we were excited to start a long trip, but all went well. We had seen that there would be days with no or hardly any wind en prepared ourselves to use the engine a lot. Eventually the wind wasn’t too bad, so we ‘only’ had 40 motor hours added to our log and May 16th we arrived at Bermuda one day ahead of schedule.

It’s impossible to arrive anonymously at this small isolated island in the North Atlantic. At far a distance we were already called on the VHF by Bermuda Radio, Bermuda’s traffic control, and on arrival directed to the customs dock where Customs and Immigration Services is located. Clearing in Bermuda was smooth with British efficiency. We had already announced our arrival via the Bermuda Customs website, so all paperwork was waiting for us only to be signed. Within 15 minutes we were cleared in and free to drop our anchor anywhere in the bay.

The rendezvous with the Wildeman and Mystic Shadow crew was really nice and the next day we also met the crew from Blue’s, La Luna, Geberto and Dalwhinnie, who were all preparing for the Azores and Europe. De anchorage of St. Georges Harbour is like a big camping with dozens of boats from all kind of nationalities sailing to Europe. It’s hard to find a spot at the dinghy dock and the local supermarket is almost sold out by all cruisers during the best departure days. The week we arrived the ARC, the Atlantic Rally for Cruisers with around 40 sailing boats joining the organized ‘race’ to the Azores, was also preparing for departure. So extra busy and crowded in the harbour.

We spent our first days at Bermuda with some necessary maintenance and repairs en walking around St. Georges. It’s a small cozy English town and gives you the feeling to be close to Europe. One day we took the bus to Hamilton, the capital of Bermuda. It’s funny to see almost all men – including business – with short pants, socks and tie. We loved the British atmosphere after all those years away from Europe.

Unfortunately we also had the traditional British weather, so during the week we got more than enough rain. After a few days we started to look forward for the right moment to take off for the big jump. Monday the 20th seemed to be our moment, however when we woke up it was raining cats and dogs. So we informed our family we were postponing for a day. Preparing our boat in this kind of weather is not really our favorite. However, around noon the sky suddenly cleared and the sun came through, good enough for us to decide to go anyway, giving us a few days of favorable winds.

Rapidly we spent the last few hours at Bermuda for grocery shopping and preparing the boat. We topped up our fuel and water tanks and visited Customs and Immigration to get permission to leave the island. At 16:15 we left the bay together with the Blue’s for 2 weeks of infinite water. Destination: Flores at the Azores, roughly 1672 nautical miles (over 3000 kilometers) direction north east.

At the moment we are already on our way for almost 7 days and half way. We’re having a great time. The first 2 days we made a lot of miles due to a strong breeze. The following days we had wind varying in direction and strength, so also our speed varied big time between 1 and 6 knots. Since yesterday we have a strong wind again and the forecast for the next week looks also promising with good wind to take us to the Azores, but you never know on the Atlantic Ocean.

Wednesday May 25th we celebrated Joris’ birthday with homemade apple pie and happy hour with sun-downers and snacks. Every day we see a huge fleet of Portuguese Man-O-War passing by, but Friday was our lucky day with a large group of dolphins who played around Cedo Nulli for half an hour followed by the biggest surprise when we saw 2 whales.

So as you can see: we hardly keep it going! We spend our days reading, checking the weather forecast, cooking, eating, sleeping, watching a movie, etc. and changing sails once in a while. We haven’t tried to catch a fish yet, because our fridge is still overloaded (chicken legs were only sold per 8).

This is it for the moment. To be continued …

Our position is: 35.28.102N 049.25.842W, course 85 degrees
May 30th, 2015 05:00 UTC

Bahamas

Bahamas route Cedo Nulli

Bahamas route Cedo Nulli

[English translation below]

De Bahamas ….. tja, wat zullen we zeggen: zon, zee, witte stranden, turquoise, azuur kristalhelder water, dolfijnen, schildpadden, roggen, nurse sharks, swimming pigs, ankerbaaitjes, zwemmen, snorkelen, kiten, bezoek van vrienden, tranquilo, …

Na ruim anderhalve maand rondreizen en de hectiek op Cuba waren we wel toe aan een beetje rust. Het was nog even puzzelen wat de beste optie zou zijn om op de Bahamas aan te komen. Het is omgeven door ondieptes, zandbanken en riffen, dus enige planning en voorzichtigheid was wel geboden. Onze keus viel uiteindelijk op Clarence Town, Long Island waar we via diep water konden komen en ook inklaren. De overtocht van Cuba naar Long Island verliep voorspoedig en op Paaszaterdag zetten we voet aan land op de Bahamas. Nadat de Immigration & Customs officer van zijn Paasvakantie op de camping was opgetrommeld, konden we alle formaliteiten afhandelen (wat hier voornamelijk neerkomt op een hoop dollars neertellen) en waren we officieel welkom op de Bahamas.

De eerste dag hebben we direct gebruikt om boodschappen te doen. Na de beperkte keuze op Cuba was dit – zelfs op een kleine locatie als Clarence Town – een verademing, hoewel het wel even schrikken is als je de rekening ziet. Na 2 nachtjes marina (ook voor de hoofdprijs) was het tijd om de vrijheid van het ankeren weer op te zoeken. Om onze ogen aan het fel blauwe water te laten wennen, hebben we als eerste stop een paar dagen als enige boot doorgebracht in het schitterende baaitje Cape Santa Maria (Long Island), alvorens naar Great Exuma te varen.

Bart, Lieke & Reyer

Aankomst Bart, Lieke & Reyer

Van diverse zeilers hadden we gehoord dat de Exumas de mooiste en favoriete eilandengroep is op de Bahamas, dus voor ons de perfecte locatie voor een rendez-vous met Bart, Lieke en Reyer, onze opstappers voor 2 weken. Aangezien onze jongste gast slechts 2 1/2 jaar is, hebben we Cedo Nulli eerst ‘kindvriendelijk’ gemaakt met een railing net en kinderbed / speelplaats annex slingerkooi. Vervolgens moest de achterhut worden uitgegraven, om ruimte te maken voor Bart en Lieke. We weten nog steeds niet waar we alles gelaten hebben, maar er was zowaar plek voor iedereen. Op zaterdag 9 april was het zover en kwamen ze aan boord in Georgetown. Reyer – en ook Bart en Lieke – voelden zich na een eerste onwennige duik al snel als een vis in het water op en rond onze boot. Ongelofelijk hoe snel een kind zich aanpast aan vreemde omstandigheden en leert zwemmen (advanced drijven :).

Reyer's 1ste zwemles

Reyer’s 1ste zwemles

We hebben vanuit Georgetown eerst een paar dagen bij het beroemde Chat ’n Chill doorgebracht, dé favoriete bootcamping voor varende Amerikanen. Iedere ochtend een radionetje op de marifoon met onderwerpen variërend van het weerbericht, de lokale ondernemers, activiteitenkalender, ruilbeurs, aankomers en vertrekkers tot ‘the thought of the day’. Leuk voor een dag of twee. Het strand, het pad naar de oceaankant en ook de Sunday Roast waren echter zeer geslaagd.

Vervolgens hebben we ons aan deze drukte onttrokken en een schitterende tocht gemaakt door de Exuma Cays langs Rat Cay, Childrens Bay Cay, Lee Stocking Island, Little Farmers Cay, Black Point en Staniel Cay. We kunnen bevestigen: de Exumas zijn inderdaad overweldigend! Hoogtepunten hierbij waren Childrens Bay Cay, de zwemmende varkens op Big Majors Spot en de Thunderball-grot bij Staniel Cay, waar ooit de gelijknamige James Bond-film is opgenomen.

Zwemmende varkens

Zwemmende varkens

Na 2 weken gezelligheid hebben we afscheid genomen van Bart, Lieke en Reyer – de tijd vloog voorbij. Wij hebben de boot weer opgeruimd en zijn naar Warderick Wells Cay gevaren, dat midden in het Exuma Cay Land and Sea Park ligt. Volgens traditie hebben we onze bootnaam in een stuk drijfhout gekrast en dit achtergelaten op Boo Boo Hill als offer voor Neptunus en de zeegoden, als garantie voor goede wind en een veilige zeiltocht. Het was hier werkelijk schitterend en nóg mooier dan de plaatsen waar we daarvoor geankerd hebben. Wat ons betreft een waardig slot van de Exumas.

Warderick Wells

BooBoo Hill @ Warderick Wells Cay

Over ons bezoek aan Eleuthera kunnen we kort zijn: goede supermarkt in Rock Sound, elke dag dolfijnen gezien, maar geen Bahamas gevoel voor ons. Daarom snel doorgezeild naar de Abacos, waar we nu al een paar dagen liggen bij Lubbers Landing. Het uitzicht is opnieuw ‘Bahamiaans’ en we hebben weer eens kunnen kiten op Tahiti Beach en Treasure Beach.

De komende dagen genieten we nog even met volle teugen van ons verblijf hier, terwijl we ons heel langzaam warm lopen voor het volgende traject: de ruim 700 mijl (1300 km) naar Bermuda, van waaruit we de grote oversteek richting Europa zullen gaan aanvaarden.

Wordt vervolgd …

 

The Bahamas ….. well, what can we say? In short: it’s sun, sea, pristine white beaches, christal clear waters in shades of blue you’ve never seen before, dolphins, turtles, rays, nurse sharks, swimming pigs, beautiful anchorages, swimming, snorkling, kite surfing, friends visiting, tranquilo, …

After more than a month and a half of travelling around and the hectic times in Cuba, it was time for us to relax. It took us quite an effort to determine the best place to make landfall at the Bahamas, since the islands are surrounded bij shoals, reefs and sandy patches and it’s unknown territory to us. We decided on Clarence Town, Long Island which can be reached through deep waters and which is also a port of entry for Customs and Immigration. The crossing from Cuba to Long Island went smoothly, so on Easter Saterday we set our first steps onto the Bahamas. After the Customs & Immigration officer got called back from his Easter vacation at a camp site we could deal with the necessary formalities. Over here, this mainly means paying the considerable clearance fees, after which we were free to go wherever we wanted to go.

Our first Bahamian action was doing some serious grocery shopping. Even the small shops in Clarence Town seemed a shopping paradise, compared to the empty stores in Cuba. We got a bit of a scare though, when we saw the bill. After two nights in a marina (also a nice bill), we set sail for an anchorage further up north. We needed some time to let our eyes adjust to the shades of blue water over here so we spent a few nights in the beautiful bay at Cape Santa Maria, where we were the only yacht around. After this, we sailed to Great Exuma.

We were told by many sailors that the Exumas are the most beautiful and popular islands of the Bahamas, so we decided this to be the best location to meet Bart, Lieke and Reyer, our friends from Holland who came to visit us for two weeks. Since Reyer, our youngest guest, is only 2,5 years old, we needed tot make Cedo Nulli ‘child-friendly’ first. We added safety netting and created a toddler bed/ playground, where he would be safe during sailing. We also needed to dig out our aft cabin in order to make room for his parents to sleep. We still don’t know where we stacked everything, but in the end there was a place for everybody to stay.

Saturday April 9th they arrived in Georgetown. Reyer – and also Bart and Lieke – soon felt like home, swimming in the beautiful Bahamian waters and relaxing on board. It’s amazing to see how quickly a child adjusts to unknown surroundings and learns to swim/ stay afloat along the boat.

The first few days we stayed close to Georgetown, anchored off the famous Chat ’n Chill. This is a popular campsite for yachts from the USA. Every morning there is a cruiser’s net on the VHF-radio, with different subjects like the weather, local businesses, several activities being organized, trading stuff, new arrivals and departures and even a ‘thought of the day’. The beach at Chat ’n Chill, as well as the trail to the oceanside beach and also the Sunday Roast we enjoyed the most. After a day or two we went on for other, less crowded places.

Next we sailed and anchored along beautiful cays, like Rat Cay, Childrens Bay Cay, Lee Stocking Island, Little Farmers Cay, Black Point and finally Staniel Cay. We agree: the Exumas are overwhelmingly beautiful! High on the ranking were Childrens Bay Cay, the swinnming pigs at Big Majors Spot and also anchoring and snorkling at Thunderball grotto, where they once filmed the James Bond movie.

Ayoooo

Ayoooo

After two weeks it was time again to say goodbye to Bart, Lieke and Reyer. We enjoyed the time we spent together very much and were a little sad to see them go. Time flies, when you are having fun! We restored our boat in it’s original state, cleaned, filled up the tanks and did some grocery shopping. After this, we set sail for Warderick Wells Cay, which lies in the middle of the Exuma Land and Sea Park, a big nature reserve. As dictated by tradition we carved our boat’s name in a piece of driftwood and added it to the big pile aready present on top of BooBoo Hill. This is meant to be an offering to Neptune and sea gods, to keep us safe and guarantee good winds. The views at Warderick Wells were even more beautiful than the other cays we had visited before. We thought it to be a worthy finish to our visit of the Exumas.

Our next stop, Eleuthera, we didn’t like too much. There was a great supermarket in Rock Sound and we spotted dolphins every day, but that is the best we can say about it. So we sailed along quickly to the Abacos, where we have been anchoring now for the last few days. The views are again of ‘Bahamian’ quality and we were finally able to do some kiting at Tahiti Beach and Treasure Beach.

In the next days we will enjoy our last moments at the Bahamas, while we are slowly warming up for the next phase of our trip: a little over 700 nautical miles (1300 km) to Bermuda and after this the big crossing to Europe will soon follow.

To be continued …

Cuba – part 2

Cuba route

Blauw: Cedo Nulli / Groen: Viazul busroute / Paars: Rondreis met Frans en Ton / Rood: Het Zwarte Gat

[English translation below]

Drankje met ouders van Joris

Drankje met ouders van Joris

In de wetenschap dat we de boot in goede handen achterlieten in de jachthaven van Puerto de Vita, stapten we op 9 maart in de taxi naar Holguín. Op de vlucht voor beestjes en op zoek naar ons hotel met internet. We brachten de dag internettend en lezend door bij het zwembad en keken rond in Holguín (niet veel te zien). De volgende dag maakten we ons op voor de ruim 12 uur durende nachtelijke busrit met Viazul naar Havana. Het viel ons reuze mee en we hebben de tocht allebei grotendeels slapend doorgebracht.

Aangekomen in Havana lieten we ons afzetten bij onze eerste casa particular. Dat is een soort bed and breakfast bij mensen thuis, dé manier om je huisvesting te regelen in Cuba. Toen we in de rij bij de bank stonden, zag Joris ineens zijn ouders binnenkomen. Zij waren al een dag eerder vanuit Nederland aangekomen en we hadden afgesproken elkaar later op de dag te ontmoeten. Stom toeval dat we elkaar bij die bank al troffen. Het weerzien werd gevierd met een kop koffie en daarna gingen we met z’n vieren de stad in.

Havana

Havana

Het plezier was echter van korte duur, want in de bus naar Havana had Nicole kiespijn gekregen en die werd steeds erger. Dus toch maar besloten een tandarts op te zoeken. De praktijk bleek bij onze casa om de hoek te zitten en de tandarts stuurde de zittende patiënt direct uit de stoel om Nicole te helpen. De aanblik van zijn werkplek en de etende, drinkende en rokende mensen rondom de stoel was wel even slikken, maar veel keuze was er niet. De aangedane kies werd voortvarend schoongemaakt en Nicole gemarineerd in de antibiotica. In een kamertje achteraf wisselden vervolgens wat geldbiljetten van eigenaar voor de verleende dienst en ging de assistente op haar eigen naam wat medicijnen halen bij de apotheek. Zo gaat dat blijkbaar in Cuba.

De volgende dag meldden wij ons al vroeg voor het ontbijt in de casa van Frans en Ton (Joris zijn ouders). Daarna begon onze 9-daagse rondreis door Cuba. Sergio, onze taxichauffeur annex gids bleek geen woord Engels te spreken, dus Joris kon zijn Spaanse taalvaardigheid in de praktijk brengen en bleek een natuurtalent.

Joris als reisleider

Joris als reisleider

Op weg naar Cienfuegos maakte we een stop in La Boca bij het crocodile zoopark, waarna Sergio ons afleverde bij een bijzonder restaurantje ergens achteraf, waar we heerlijk gegeten hebben en waar de dames in het zonnetje gezet werden vanwege ‘national ladies day’. Nooit van gehoord maar wel leuk!

Van de stad Cienfuegos hebben wij niet veel gezien, want inmiddels was er een abces in de kaak van Nicole ontstaan, waar wat aan moest gebeuren. Terwijl Frans en Ton door de stad wandelden, maakten wij kennis met de kaakchirurg en de gebrekkige operatiekamer van het academisch ziekenhuis. Een kleine ingreep en nog meer antibiotica en Nicole was weer bijna als nieuw.

Frans en Ton in Cienfuegos

Frans en Ton in Cienfuegos

Na 30 dagen verblijf in Cuba moesten wij ons toeristenvisum laten verlengen en dit bleek lastiger en tijdrovender dan ons van tevoren was verteld. We zijn vele uren zoet gehouden door de bureaucratie en ondertussen zaten die arme Frans en Ton steeds geduldig in de auto te wachten. Maar zonder verlenging geen rondreis door Cuba, dus weinig keus en uiteindelijk is ook dit weer gelukt.

Trein door Valle de los Ingenios

Trein door Valle de los Ingenios

Met alle obstakels uit de weg konden we hierna zorgeloos genieten van onze verdere rondreis door Cuba met Frans en Ton. We bezochten achtereenvolgens Trinidad, Sancti Spiritus, Camaguey, Ciego de Avila, Santa Clara en Matanzas. Deze reis was een geweldige ervaring, waar we met zijn vieren enorm van hebben genoten. We hebben teveel gezien en gedaan om allemaal op te noemen. Het rijden door dit uitgestrekte land en de enorme tegenstellingen die we gezien hebben waren heel bijzonder. Op de snelweg reden moderne auto’s, oldtimers, tractoren, maar ook fietsen en paard en wagens. We keken onze ogen uit.

Mausoleum van Che Guevara

Mausoleum van Che Guevara

Hoogtepunten waren absoluut de rit met de stoomtrein naar Valle de los Ingenios, waar uitgestrekte suikerrietplantages zijn, de stad Trinidad, het mausoleum van Che Guevara in Santa Clara en de stiekeme sigarendeal in een steegje achter de sigarenfabriek in Ciego de Ávila. Jammer genoeg waren veel kerken en musea gesloten, maar er bleef nog meer dan genoeg over om ons te vermaken.

Wonen in Cuba

Wonen in Cuba

De ontvangst in de casa’s was overal goed en het was leuk om te zien hoe verschillend de huisvesting overal was: van gewoon een slaapkamer in iemand z’n huis tot ambitieuze families die hard aan het bouwen waren aan een mooi luxe hotelletje. Lawaai en stank van uitlaatgassen waren overal, net als super vriendelijke en gastvrije Cubanen.

 

Na negen dagen kwamen we terug in Havana en gingen Frans en Ton naar hun eigen casa, van waaruit zij nog een paar dagen samen de stad gingen verkennen. Wij gingen naar de casa die was gereserveerd door de mannen van Het Zwarte Gat en wachtten in spanning hun aankomst af. Die liet door vertraging van het vliegtuig nogal op zich wachten, maar midden in de nacht was het dan toch zover. Op het dak van de casa werd het weerzien gevierd met een rum en sigaar.

Mannen van Het Zwarte Gat

Mannen van Het Zwarte Gat

Het waren vier beregezellige dagen en nachten, waarin we per oldtimer een bezoek aan de tabaksplantages in Viñales hebben gebracht en naar een sigarenfabriek en rum museum zijn geweest. We hebben uitgebreid door de stad gedoold op zoek naar authentieke barretjes. In onze stamkroeg volgenden we de aankomst van Barack Obama live op tv. Verder kunnen we er helaas niets over zeggen, want ‘What happened in Havana, didn’t happen in Havana’!

Auto naar Vinales

Auto naar Vinales

De laatste avond van Frans en Ton hebben we met z’n allen gegeten en daarna zat het er ook voor ons weer op. De mannen gingen weer per vliegtuig naar huis en wij namen de bus naar huis. Cedo Nulli lag er nog bij zoals we haar hadden achtergelaten en ook de insecten waren overduidelijk blij om ons weer te zien.

Inmiddels hebben we boodschappen gedaan, getankt en uitgeklaard. We hebben vanochtend (25 maart) losgegooid en zijn op weg naar de Bahamas.

Adios Cuba, het waren 45 bijzondere en fantastische dagen. Wij komen terug!

 

Transport in Cuba

Transport in Cuba

Knowing we had left our boat safely behind in Puerto de Vita Marina, we took a taxi to Holguín in search of a bug-free hotel with wifi. We spent the day surfing on the internet in the pool area and walked around the city center (not much to see). The next day we prepared for our 12 hour nightly Viazul bus trip to Havana. The trip turned out not too bad and we both kind of slept most of the time.

On arrival in Havana we had a taxi drop us off at our very first casa particular, the Cuban version of a bed and breakfast at peoples homes. This is the way most of the tourists stay overnight in Cuba. While we were in the queue at the bank, Joris suddenly spotted his parents entering too. They arrived the day before by plane from Holland. We were supposed to meet each other later that day and it was a coincidence that they were there at the same time. Our reunion was celebrated with a coffee and afterwards we started exploring the city together.

Joris' parents

Joris’ parents

Unfortunately, Nicole had a terrible toothache and needed to visit a dentist. As it turned out, there was a clinic around the corner of our casa. The patient already in the chair was immediately kicked out, so Nicole could get in. The sight of the pizza-eating, smoking and coffee drinking staff, together with the very outdated workplace didn’t look very appealing, but what choice did we have? The infected tooth was quickly cleaned out and Nicole got an antibiotic marinade. In a backroom, some money for services rendered was secretly transferred and the nurse went out to get a medication prescription for Nicole filled out in her own name. We suppose this is the Cuban way of dealing with these things.

View from our casa

View from our casa

The next morning we reported for breakfast early at the casa of Frans and Ton, Joris’ parents. From there we would start our 9-day tour across Cuba. We soon found out that Sergio, our taxi driver aka tour guide didn’t speak a word of English, so Joris could practice his recently acquired Spanish language skills. He turned out to be a natural at it!

On our way to Cienfuegos we made a stop at La Boca Crocodile ZOO park and afterwards Sergio took us to a remote restaurant where we had a delicious lunch. Because of ‘National Ladies Day’, Ton an Nicole were treated with special care. Never heard of it, but a very nice experience.

Valle de Los Ingenios

Valle de Los Ingenios

We didn’t get to see much of Cienfuegos, because Nicole’s toothache had developed into a jaw abscess that needed treatment. So while Frans and Ton walked around in the city we got to know the local surgeon and his dodgy operating theatre at Cienfuegos University Hospital. After a small surgical procedure and some more antibiotics, Nicole was as good as new.

Also, authorities had to be dealt with again. After already a 30 day stay in Cuba our tourist visa needed extensions. This turned out to be a much bigger hassle than we were told by the immigration officer in Puerto de Vita. We were kept busy in several offices across town for many hours, while poor Frans and Ton waited patiently in the car. But in the end everything was settled and we were allowed to continue our journey.

Cigar factory

Cigar factory

With all obstacles out of the way we could now enjoy our adventure without any trouble. We visited Trinidad, Sancti Spiritus, Camaguey, Ciego de Avila, Santa Clara and Matanzas. The trip was an incredible experience, which the four of us enjoyed enormously. It is impossible to describe all the things we have seen and done along the way. Just driving through the wide countryside and observing all the contradictions was impressive. For instance, on the high way you see modern cars, the famous old-timers and farm tractors, but also bicycles and horses with carriages. Overcrowded cattle trucks are regularly used as busses. We were amazed by the things we have seen.

Train to Valle de Los Ingenios

Train to Valle de Los Ingenios

The steam train ride to Valle de Los Ingenios, where enormous sugar plantations are, was one of the best experiences during the trip, together with the city of Trinidad, the Che Guevara Mausoleum in Santa Clara and the buying of cigars in an obscure alley behind the cigar factory in Ciego de Avila. Unfortunately, many churches and museums were closed, but there was still plenty left for us to enjoy.

The reception in the different casas particular was great and it was nice to see the different ways people set up a guest for the night. Some just give you a bedroom in their homes, while other very ambitious families work hard to construct a beautiful small luxury hotel. The loud noises and smell of exhaust fumes where everywhere, just like super friendly and hospitable Cubans.

After 9 days we returned to Havana. Frans and Ton had their own casa, from which they would explore the city on their own for a few days. We went to the casa reserved by the guys of ‘Het Zwarte Gat’ (The Big Black Hole) and waited for their arrival. Because of the delayed flight, the welcome party with cigars and rum at the roof terrace didn’t start until the middle of the night and almost lasted until breakfast.

View over Vinales valley

View over Vinales valley

We had four great days and nights, during which we visited tobacco plantations in Viñales by classic car, went to a cigar factory and the rum museum. We also elaborately strolled through the streets of Havana in search of authentic pubs. In the bar we adopted as our home base we witnessed the arrival of Barack Obama live on tv. We cannot write more about the visit of HZG, because ‘what happened in Havana, didn’t happen in Havana’!

We celebrated Frans and Tons last night with a dinner together and after this, things ended for us too. The guys flew back to Holland the day after Frans and Ton and we took the bus back home. Cedo Nulli was waiting for us in the same condition we left her 16 days earlier and even the insects proved to be very happy to see us again.

Since then we went grocery shopping, fueled up and cleared customs. This morning (March 25th) at 09:00 a.m. we left Puerto de Vita for the Bahamas.

Adios Cuba, we had the most remarkable and fantastic 45 days. We will be back!

Cuba – part 1

[English translation below]

Aankomst Santiago de Cuba

Aankomst Santiago de Cuba

We zijn inmiddels al ruim drie weken in Cuba en we hebben het hier prima naar ons zin. Het kost wel enige moeite om te wennen aan helemaal geen internet, het moeten zoeken naar boodschappen en de regels die gelden als je Cuba bezoekt met je eigen boot, maar de mensen zijn super vriendelijk en het land is erg mooi. Santiago de Cuba bleek een prima stad om te acclimatiseren en kennis te maken met de Cubaanse regels en gewoonten.

Pontje naar Santiago center

Pontje naar Santiago center

Vlakbij de jachthaven vertrekt een veerpontje dat je in een half uur naar de stad Santiago de Cuba brengt. Tijdens onze eerste tocht werden we benaderd door een man, die vroeg of we soms nog boodschappen nodig hadden en die aanbood ze voor ons te doen op de lokale markt. We plaatsten een kleine bestelling en spraken af dat hij aan het einde van de dag met de gevraagde boodschappen zou wachten bij de steiger van het pontje. We moesten van tevoren betalen en als teken van betrouwbaarheid gaf hij ons zijn identiteitskaart. Achterdochtige Hollanders die wij zijn, hadden we weinig vertrouwen in deze clandestiene transactie. Tot onze stomme verbazing stond hij echter bij terugkomst klaar met een brood, 36 kakelverse eieren (we hadden ‘een paar’ eieren besteld) en een lekkende tas met daarin de poten van een kip die kort tevoren nog vrolijk rondrende. Transactie geslaagd en wij spijt dat we niet meer besteld hadden!

Parque Cespedes

Parque Cespedes

Aan geld komen bleek lastiger dan gedacht: onze Maestro-bankpassen werken niet in Cubaanse geldautomaten, ze accepteren uitsluitend VISA-passen. Je kunt wel contant geld wisselen, maar wij hebben alleen dollars en dan betaal je vanwege het embargo 10% extra boete bovenop de wisselkoers. Aangezien je bijna nergens met je pas kunt afrekenen en ook het liggeld in de marina contant voldaan moet worden, gingen we op zoek naar een bank. De toeristenbank bleek om onduidelijke redenen meerdere dagen dicht, dus wij naar de lokale bank. Een uur in de rij om geld op te nemen met onze creditcards, bleken ze geen rijbewijs te accepteren als identificatiemiddel. Dus een dag later weer terug met paspoorten. Je moet geen haast hebben in Cuba!

Hotel Gran Casa

Hotel Gran Casa

Internet is schaars in Cuba en dat is best lastig als je gewend/ verslaafd bent aan altijd en overal online te zijn. Iedere plaats heeft een of meerdere locaties waar je met behulp van een kraskaart kunt inloggen en een uurtje of zo kunt surfen op de snelheid van een ouderwets telefoonmodem. In Santiago bevindt een van deze plaatsen zich in hotel Gran Casa, waar ze toevallig ook lekkere mojitos en sigaren verkopen, dus geen enkel probleem om daar een tijdje rond te hangen. Maar het blijft lastig als je gewend bent om altijd en overal je berichten te checken. Amerikaanse websites zijn vaak afgeschermd, net als onze Cedo Nulli-webmail. Skype en Facetime werken niet, vanwege de traagheid van de verbinding. Kortom: afkicken en back to basic! Snel een paar korte berichten via What’s app, een weerbericht en wat mail ophalen en dat is alles. We moeten toegeven dat het ook best lekker rustig kan zijn!

Fort Morro

Fort Morro

 

Samen met een paar Franse medezeilers deelden we een taxi naar Castillo de San Pedro de la Roca del Morro, het fort dat aan de ingang van de baai naar Santiago de Cuba staat. Vanaf daar hadden we een prachtig uitzicht over de omgeving. Het kasteel is mooi gerenoveerd en gaf een goed beeld over de verdediging van de stad in vroeger tijden. De taxi was precies zoals je die in Cuba zou verwachten: een Ford uit de jaren ’50, met daarin een gereviseerde tractormotor. Niet tegen de deur leunen, want dan val je eruit in de bochten. Er waren tijdens de heuvelachtige tocht regelmatig momenten dat wij dachten dat we moesten gaan duwen, maar de auto bleef rustig doortuffen en bracht ons waar wij wilden zijn.

Cubaanse taxi

Cubaanse taxi

Omdat de autoriteiten bang zijn dat je Cubanen het land uit smokkelt met je boot, is het verboden om aan land te gaan op plaatsen waar geen jachthaven of post van de Kustwacht is. Je moet van tevoren een zeilplan indienen en de plaatsen benoemen die je wilt gaan bezoeken. Je krijgt dan van de Kustwacht te horen voor welke plaatsen je wel of geen toestemming krijgt en vervolgens wordt alles vastgelegd in een vergunning om langs de kust te varen. De bewegingen van het schip worden nauwlettend in de gaten gehouden en bij vertrek van de ene ankerplaats worden de autoriteiten in de volgende gewaarschuwd. Net als bij de Elfstedentocht moet je in iedere ankerplaats een stempel van de lokale Kustwacht halen voor in je vergunning, zodat ze bij aankomst op de eindbestemming kunnen zien dat je je netjes aan de afgesproken route hebt gehouden. In de praktijk bleek dit allemaal reuze mee te vallen en ons gebrek aan Spaanse woordenschat kwam soms ook wel goed uit, als iemand probeerde te vertellen dat iets niet mag. Ons zeilplan naar Puerto de Vita werd met uitzondering van twee plaatsen snel goedgekeurd en vastgelegd in een cruising permit (vergunning). Na een halfslachtige controle op verstekelingen verlieten we na 6 dagen Santiago om verder in oostelijk richting te trekken.

Cubaanse kust

Cubaanse kust

De route die wij genomen hebben leidt door de zogenaamde ‘Windward Passage’. Dit is de doorvaart tussen Cuba en Haïti, waar het flink kan spoken bij bepaalde weersomstandigheden. De zee wordt er door een smalle doorgang geperst en kan onder invloed van wind en stroming erg wild worden. Timing is erg belangrijk om deze passage veilig en snel te kunnen maken en in dit jaargetijde is het weer erg wisselvallig. Vandaar dat we op sommige plaatsen niet zo lang konden blijven als we zouden willen, terwijl we op andere plaatsen juist langer moesten blijven dan gewenst. Toch hebben we gekozen voor deze route, omdat het de oversteek naar de Bahamas over een paar weken erg makkelijk maakt en het vanuit hier logistiek handig is om de rest van Cuba over land te verkennen.

 

El Yunque

El Yunque

Baracoa was onze eerstvolgende stop, op ongeveer 250 km en 24 uur varen van Santiago de Cuba. Het is een klein stadje aan de voet van El Yunque, een berg met een platte bovenkant en The Sleeping Beauty, een heuvellandschap dat er met enige fantasie uitziet als een vrouw die op haar rug ligt. Al snel nadat wij ons anker hadden neergelaten, kwam de Guarda Frontera (de Kustwacht) drie man sterk aangeroeid. De kapitein van de Guarda kwam aan boord en maakte ons met handen en voeten duidelijk dat dit geen plaats met een marina is en dat we dus niet aan land mochten. Na een beetje zielig kijken en een paar ‘no comprendo’s’, zei hij dat we wel aan land mochten, maar dat er te allen tijde 1 persoon aan boord moest blijven. Lekker gezellig wel, als je met zijn tweeën bent! Maar een mens moet toch eten, dus de volgende dag keek Joris in de loop van het geweer van een jonge Guarda-soldaat, toen hij via een laddertje aan land klom. Hij mocht niet rondkijken op het terrein van de haven en ook geen foto’s maken, maar wel naar het dorp lopen voor de benodigde boodschappen.

Baracoa

Baracoa

In Baracoa bleek het goed shoppen, dus Joris kwam terug met een enorme buit aan verse groenten, fruit, vlees en brood. Missie geslaagd. De eerste nacht lagen we door de noordelijke golfslag die de havenmonding inliep behoorlijk te rollen in ons bed, maar nadat we een tweede anker hadden uitgebracht aan de achterkant van de boot was dat probleem verholpen. De wind en bijbehorende golfslag hielden ons 6 dagen ‘gevangen’ in Baracoa. Dat is best lang als je niet samen aan de wal kunt om dingen te ondernemen, maar we hebben ons goed vermaakt met klussen en lezen. En op de een of andere manier wist onze wifi-antenne het plaatselijke signaal op te pikken, waardoor we af en toe contact hadden met de buitenwereld.

Ensenada de Taco

Ensenada de Taco

Zodra de golfslag afnam tot een acceptabel niveau, zetten wij koers naar Ensenada de Taco. De ingang van deze baai is heel smal en er liggen koraalriffen aan beide kanten, dus het moest absoluut rustig zijn om hier naar binnen te kunnen gaan. Het bleek de zes dagen wachten in Baracoa en een paar uur op de motor varen meer dan waard, want Ensenada de Taco is een van de mooiste baaien die we ooit gezien hebben. De baai ligt in het Humbolt-natuurpark, waar zeekoeien leven en dat omgeven is door een prachtig regenwoud. Al bij de invaart bleek dat de in de pilots en kaarten aangegeven Guarda Frontera post er niet meer bestaat. De baai wordt alleen bewoond door vissers en parkwachters. We kochten kreeften, joekels van garnalen en vis van de vissers, die al snel hun kans zagen en van alles aan ons probeerden te slijten. Ons verblijf in deze baai werd daarmee met stip het culinaire hoogtepunt van onze tocht naar Puerto de Vita.

Vissers van Ensenada de Taco

Vissers van Ensenada de Taco

De zeekoeien lieten zich helaas niet zien, maar de vissers steeds vaker. Ze nodigden ons op een gegeven moment uit om aan land te komen en hun dorp te bekijken. Toen na een tijdje bleek dat het nog zo’n 4 kilometer lopen was, zijn we toch maar omgekeerd. We wilden ook de boot niet te lang onbeheerd achterlaten en het is tenslotte illegaal om zo aan land te gaan. We wilden niet in de problemen komen. Toen we vroegen waar we ons afval konden laten, gebaarden ze ons om de zak gewoon op het strand te gooien. Iedereen doet dat zo volgens hun. De verbazing was groot toen wij dat weigerden en onze vuilniszak weer mee terug aan boord namen. Niet begrijpend bleven ze herhalen dat zij dat wel voor ons zouden doen. Nee dank u. We zijn twee dagen in dit paradijs gebleven en moesten toen weer verder, voordat het volgende koufront de uitvaart uit de baai zou blokkeren. Op de avond voor vertrek kregen we nog een reus van een vers gevangen kreeft en de volgende ochtend werden we om 06:30 uur gewekt met Cubaanse koffie en allerhande boodschappen die wij niet nodig hadden. Toch vriendelijk van ze om ons uit te komen zwaaien.

Bahia de Tanamo

Bahia de Tanamo

Bahía de Sagua de Tanamo stond niet uitgebreid beschreven in de pilots, dus we wisten niet goed wat te verwachten. Bij aankomst stonden er een paar mensen te zwaaien en een van hen riep ons op via de marifoon. Hij bleek te fungeren als de lokale Guarda officier, ook al had hij geen kantoor, uniform of stempel. Joris werd aan de kade afgezet om de formaliteiten te vervullen, terwijl Nicole rondjes bleef varen. Terwijl we wachtten kwamen er steeds meer mensen uit het dorp om die rare snuiters met die zeilboot te bekijken en een praatje te maken. In deze baai waren de rollen omgedraaid en waren wij juist de attractie. Toen we eenmaal voor anker lagen, kwamen er bootjes langs om een rondje om ons heen te varen en ons te filmen en fotograferen. We begrijpen nog steeds niet waarom er zo weinig over is beschreven in de pilots, want het uitzicht was er schitterend en je mag overal vrij varen en ankeren. Helaas moesten wij de volgende dag weer doorvaren, ivm de weersvoorspellingen.

Bahía de Nipe daarentegen werd uitgebreid beschreven in de pilots als mooie ankerplaats. Je moet ervan houden, denken wij, want uitzicht hebben op grote rokende nikkelfabrieken is niet echt ons ding. Vandaar dat wij direct de volgende ochtend koers zetten naar Bahía de Naranjo, zo’n 45 mijl (83 km) naar het Westen. Hier waren ons dolfijnen en zeeleeuwen beloofd in het lokale Dolfinarium en een mooie ankerbaai. We hadden het plan om hier een paar dagen te blijven, alvorens de laatste mijlen naar Puerto de Vita af te leggen. Na een dag varen kwamen we rond vijven aan en werd ons door een man bij het Dolfinarium verteld dat de Marina gesloten is. Wij zeiden geen probleem en voeren door, omdat we tenslotte een vergunning hebben om te ankeren in deze baai en geen marina nodig hebben. Op weg naar onze ankerlocatie werden wij echter op de marifoon opgeroepen door de Guarda Frontera, die ons vroeg om te keren en ons naar Puerto de Vita dirigeerde. De toestemming om te ankeren was blijkbaar ingetrokken. We wilden geen ruzie met de autoriteiten, dus haastten we ons naar Puerto de Vita waar we vlak voor het donker ons anker neergooiden.

Live music in Guardalavaca

Live music in Guardalavaca

En hier zijn we nu al 6 dagen. Geen wind, geen winkels, geen wifi en alleen steekbeesten genoeg om gek van te worden. De marina ligt midden in de mangrovebossen, dus is vergeven van de insecten. Iedere dag vluchten we om vijf uur naar binnen en sluiten alle ramen en deuren, om maar zo min mogelijk gestoken te worden. We hebben geprobeerd onze busreis naar Havana te vervroegen, maar dat is niet gelukt. Morgen gaan we met de taxi naar Holguin en slapen daar in een hopelijk insectenvrij hotel. Zondag pakken we de bus naar Havanna, waar we maandag aankomen en Joris zijn ouders ontmoeten. Daarna begint deel twee van ons avontuur: Cuba verkennen over land. Wordt vervolgd …

 

Marina Santiago de Cuba

Marina Santiago de Cuba

In the meantime we are already three weeks in Cuba and we are having a great time. It took a while to get used to survive without wifi-connectivity, searching for groceries and Cuba’s rules and regulations for cruisers, but the people are extremely kind and helpful and the country is breathtaking. Santiago de Cuba was a perfect marina and city for us to get to know Cuba.
Walking distance from the marina there was a small ferry mainly for locals which brought us in half an hour to the city center of Santiago de Cuba. During our first trip a fisherman approached us and asked whether we needed any groceries which of course he could arrange for us and bring on the last ferry back to the marina. We decided to order bread, eggs and chicken and gave him some money after he handed his identity card as a proof of trust. We were still a little suspicious about this transaction, but happily surprised when he showed up with bread, 36 fresh eggs (we ordered a few) and a leaking bag with chicken which was for sure still alive earlier that day. Order succeeded and we felt sorry we didn’t ordered more!

Parque Cespedes

Parque Cespedes

To get Cuban pesos proved to be more difficult than expected: our Maestro-cards didn’t work in the Cuban ATM’s, they only accepted VISA-cards. You can exchange cash, but we only had US dollars which are charged an extra 10% because of the US embargo. Because almost nowhere in Cuba cards are accepted and even the marina required cash, we had to find a bank which would accept our bankcards. The ‘tourists’ bank was closed several days for vague reasons, so we ended up in a local bank. After spending over an hour in the queue, they didn’t accept our drivers license as identification. So the next day we went back with our passports. You don’t need to be in a rush in Cuba to achieve something!

El Morro

El Morro

Internet is still rare in Cuba and that’s very inconvenient if you’re used / addicted to be connected anytime anywhere. Every town has one or a few locations where you can login to the ETECSA WIFI network with an 1 hour scratch card, however the speed is from an prehistorical phone modem. In Santiago this location was situated in hotel Gran Casa, where they also served very nice mojitos and Cuban cigars, so no problem for us to spend a few hours there. But still it was inconvenient and felt strange to be so remote when you’re used to be able to browse the internet and your messages any time of the day. Also a lot of US websites are blocked, just like our Cedo Nulli webmail. Skype and Facetime didn’t work most of the time because of the (lack of) speed. Just a few Whatsapp messages, an email and weather forecast and that’s it. We have to admit, after a few days this is very relaxing!

Together with a few French sailors we shared a taxi to Castillo de San Pedro de la Roca del Morro, a fort at the entrance of the bay to Santiago de Cuba. From there you have a beautiful view. The castle is nicely renovated and gives a good idea about the defense system in the early ages. Our taxi also was exactly as you would expect in Cuba: however showing a Renault logo it was a Ford from the ’50, with an old Rosseau tractor engine inside. We were warned not to lean to the door in a bight if you don’t wanna fall out.

View over Santiago

View over Santiago

Because the authorities are afraid you might try to get Cubans out of the country it is prohibited to go ashore in locations without a harbor, marina or Coast Guard station. You have to submit a plan with all places you would like to visit and the Coast Guard will tell you exactly where you’re allowed to go and where not, which then is documented in a Despacho (cruising permit). All ship movements are monitored and leaving one place requires a stamp in your Despacho and is reported to the next Coast Guard station. In reality the authorities were not that strict (anymore) and our poor Spanish vocabulary probably helped to get away with some illegal landings and anchorage places. After some discussion we got approval for our cruising plan to sail to Puerto de Vita with the exception of one or two places and we were ready to leave Santiago in easterly direction.

We took the so called ‘Windward Passage’ which is the route between Cuba and Haiti, which can give an awful combination of wind, swell and waves in northeasterly winds. Timing is important to have a safe and comfortable sailing, so sometimes we had to travel faster than we wanted and sometimes we had to stay longer at specific locations. However this was still the best option for us to leave our boat in a proper marina to discover the rest of Cuba on land and have a good starting point to reach the Bahamas.

Cedo Nulli in Baracoa bay

Cedo Nulli in Baracoa bay

Baracoa was our next stop, about 250 km / 134 nautical miles and 24 hours sailing from Santiago de Cuba. It’s a small town with a perfect view on El Yunque, a mountain with a flat top, and The Sleeping Beauty, a combination of hills with the shape of – indeed, with some fantasy – a sleeping lady. Before our anchor hit the bottom the Guarda Frontera (Coast Guard) was already approaching us, rowing with three young guys. The Commander got onboard Cedo Nulli and tried to make it clear that Baracoa isn’t a marina, so we were not allowed to land. After he saw our disappointed faces and a few ‘no comprendo’s’ he reconsidered and gave us permission, however at all times one person had to stay on board. Very friendly of him, but a little useless if you’re just with two and want to explore the country together. However we have to eat, so the next day Joris climbed the stairs of the quay and looked right in the gun of a young Guarda soldier who escorted him outside the gate of the harbor area and prevented him to take any pictures or two steps in the wrong direction. Baracoa is a nice town with a lot of pubs and restaurants and plenty of places to buy fresh vegetables, fruit, meat and bread. A northeasterly swell kept us 6 days in Baracoa before the bay entrance was safe enough again to leave. This seems long if you’re not really allowed to go onshore, but we had a good time reading, fixing, doing some maintenance and even once in a while we picked up a local WIFI signal.

Ensenada de Taco

Ensenada de Taco

As soon as the swell and waves were acceptable we got our clearance and stamp from the Guarda Frontera and left for Ensenada de Taco. The entrance of the bay is very small and surrounded by coral reef, so it had to be slack and quiet weather to go inside. This made up for the 6 days waiting in Baracoa because Ensenada de Taco is definitely one of the most beautiful bays we’ve ever seen, located in the Humbolt-natural park. We discovered that the Guarda Frontera post didn’t exist anymore – according to some local fishermen blown away by a hurricane 4 years ago – so nobody to check us or hold us back from landing. We bought lobster, giant shrimps and fish from the fishermen, who tried to sell us all they could find. It seems they only see 4 sailing boats a year in this hidden treasure. We were invited to go onshore with them and visit their village. After walking and talking for a while we found out it was still almost another 3 miles to go, so we decided to turn around. Also we didn’t want to leave our boat too long as we were kind of illegally onshore and not looking for problems with Cuban authorities. We stayed 2 days in this paradise and then had to move forward before the next cold front would block the entrance of the bay again. The evening before our departure we got a huge lobster from the fishermen and also the next morning they visited us for the last time bringing Cuban coffee and all kind of groceries we didn’t really needed, but very friendly of them to wave us goodbye.

Home cooked lobster

Home cooked lobster

Bahía de Sagua de Tanamo wasn’t described elaborately in the pilots, so we really didn’t know what to expect. On arrival, a few people were waving at us on the dock and one of them called us on the radio. As it turned out, he was the acting Guarda Frontera officer, even though he didn’t have a uniform, an office nor a stamp. Joris was dropped off at the quay for the usual formalities, while Nicole circled around with the boat. While we were waiting more and more people from the village showed up to see and talk to those crazy people with their sailing boat. In this bay we were the attraction. Once we had anchored, little boats turned up and circled around us with people photographing and filming us. We still don’t know why so little was written about this beautiful bay with it’s gorgeous views. You’re free to sail and anchor everywhere. Unfortunately, we had to sail on the next day because of the weather forecast.

Daily workout

Daily workout

Bahía de Nipe on the other side, was described in the pilots as a beautiful anchorage. You have got to like it, we guess, because the view of nickel factories wasn’t really our cup of tea. This is why we sailed on to Bahía de Naranjo, which lies about 45 miles (85 km) to the West. Here, we were promised dolphins and sea lions in the local sea life center and also a scenic anchorage. We were planning to stay here for a few days before sailing the last few miles to Puerto de Vita. After a long days sail we arrived at Bahia de Naranjo at around five ‘o clock. We were told by a guy from the sea life center that the marina is closed nowadays. We told him we didn’t mind, since we already had the Guarda Fronteras permission to anchor in the bay and then passed through the canal to the anchorage. Before we could anchor, we got called on the VHF by the Guarda Frontera redirecting us to Puerto de Vita without giving a reason. Apparently, our permission to anchor in Naranjo was suddenly revoked. As we didn’t wanted to get into trouble with the authorities, we rushed to reach Puerto de Vita before dark.

Taxi 'Batmobile' to Holguin

Taxi ‘Batmobile’ to Holguin

So this is the place where we have been hanging out for the last six days. No wind, no shops, no wifi, just lots of bugs and mosquitos to drive us crazy. The marina is located in the middle of mangrove forests, so it is overcrowded by insects. Every day at 5 p.m. we rush inside and close all hatches to prevent being stung. We tried to change the departure date of our bus trip to Havana to an earlier date, but unfortunately didn’t succeed. Tomorrow, we will take a taxi to the city of Holguín and will stay at a (hopefully) bug-free hotel. On Sunday we will take the bus to Havana, where we will arrive Monday morning to join Joris’ parents. From there, part two of our Cuban adventure will start: exploring the country over land. To be continued …

Cayman Islands

[English translation below]

Cayman Brac

Cayman Brac

Vroeg in de ochtend op 3 februari bereikten we de kust van Cayman Brac, een van de Kaaiman eilanden. We pakten een ankerbal op in Scott’s Bay en maakten de bijboot klaar om in te klaren. Dat was nog een hele tour, want de zee was erg onrustig en het eiland bood weinig beschutting. De formaliteiten werden snel vervuld en Joris ging vervolgens samen met Osmond de muggenverdelger terug aan boord. Gewapend met een heel lullig spuitbusje ging hij naar binnen en kwam na het lossen van een paar pufjes alweer naar buiten. Hij wilde vooral graag achter het stuurwiel op de foto als ‘captain of the day’ en vond het ritje in de bijboot erg leuk.

Het eilandje Brac ademt een hele relaxte atmosfeer en is helemaal ingesteld op kleinschalig duiktoerisme. Er wonen maar zo’n 1500 mensen en iedereen kent elkaar. We informeerden bij de plaatselijke VVV wat er allemaal te doen is (vrij weinig) en wandelden een stuk over het eiland.

Little Cayman

Little Cayman

We wilden gaan ankeren achter het rif in Dick Sesinger’s Bay, wat er op papier heel idyllisch uitzag. Volgens de boeken en kaarten zou er voldoende water zou moeten staan voor onze diepgang, maar een gesprek met een van de duikinstructeurs leerde ons dat het er bij lange na niet diep genoeg is voor onze boot. Blijkbaar heeft men er in het verleden gebaggerd, waarna de baai nog erger is dicht geslibt. Dat was balen, want daardoor was er op Cayman Brac eigenlijk geen geschikte beschutte locatie om de passage van twee naderende koufronten comfortabel af te wachten.

Dus zat er niets anders op dan vervroegd te verhuizen naar naar Little Cayman en daar de beschutting van Owen’s Sound op te zoeken. Volgens de duikschool en de pilots was daar zéker genoeg water onder de kiel. Daar aangekomen vonden we inderdaad een prima plek en hadden een gezellige avond met de bemanning van twee Amerikaanse zeiljachten. Een van hen, Carl, had een auto gehuurd en bood aan om ons een tour over het eilandje te geven. Hij had er in de jaren ’80 gewerkt en vertelde hoeveel alles veranderd was.

Hungry Iguana

Hungry Iguana

Tijdens de lunch bij The Hungry Iguana smeedden Carl en Joris plannen om kreeft te gaan vangen. Het gebruik van een harpoen is verboden op de Kaaiman eilanden, dus het kwam neer op ambachtelijk handwerk. Er werd eerst een zogenaamde ‘noose’ gemaakt. Dit is een buis met daarin een lus van staalkabel. De bedoeling is dat je snel genoeg bent om de lus om de kreeft te werken en dan aan te trekken voordat de kreeft is gevlogen. Het bleek lastiger dan gedacht, maar uiteindelijk hebben ze drie kreeften gevangen.

Het is moeilijk om eenduidige getijden-informatie te krijgen en met een springtij in aantocht (dat zorgt voor extreem laag water) besloten we uit voorzorg om vroegtijdig een eind te maken aan ons bezoek aan de Kaaiman eilanden. We wilden niet in de situatie komen, waar je met harde wind uit de verkeerde richting ligt opgesloten achter een rif met mogelijk (te) weinig diepte. Ontzettend jammer, want de ligplaats was schitterend en we hadden nog willen duiken en kiten maar het is er niet van gekomen. Safety first!

Dick Sesinger Bay

Dick Sesinger Bay

Met het oog op het onrustige weer besloten we om Grand Cayman over te slaan en direct naar Cuba te varen. We kozen voor Santiago de Cuba, van waaruit we naar verwachting gunstigere winden zullen hebben om ons doel te bereiken: Puerto de Vita. Daar zullen we de boot voor een paar weken in een haven achterlaten om met de bus verder te reizen naar Havanna. We gaan van daaruit rondreizen met Joris zijn ouders en daarna Havanna onveilig maken met de mannen van Het Zwarte Gat, de beleggingsclub waar Joris lid van is.

Op maandag 8 februari klaarden we uit van Cayman Brac en vertrokken in de middag richting Santiago de Cuba, zo’n 230 mijl (425 km) naar het Oosten. Met windkracht 5 schuin van voren en een hele beleefde zeegang was het comfortabel op één oor oversteken. De volgende ochtend bereikten we al de Cubaanse zuidoost kust bij Cabo Cruz, waarna we het laatste stuk (motor)zeilend naar Santiago de Cuba hebben afgelegd.

Cabo Cruz - Cuba

Cabo Cruz – Cuba

Bij aankomst werden we naar een quarantaine ankerplaats gedirigeerd, waar een arts aan boord kwam om onze temperatuur te meten, de boot te controleren op hygiëne en wat gezondheidsvragen te stellen. Vervolgens mochten we aan de kade komen liggen voor de inklaarprocedure. De ontvangst in de haven was uiterst hartelijk en het inklaren verliep verrassend soepel. De officials waren erg tevreden over onze vooringevulde douanepapieren, die we ergens op internet hebben gevonden en in veelvoud met onze bemanningslijst en kopieën van de scheepspapieren overhandigden. Dat scheelt iedereen veel schrijfwerk en carbonpapiertjes en is blijkbaar zeer goed voor het humeur van de officials. De beloofde 3 speurhonden en het binnenstebuitenkeren van de boot bleven uit en we mochten relatief snel weer gaan en staan waar we wilden.

We hebben inmiddels al een bezoekje gebracht aan de stad en onze eerste stappen op de zwarte markt gezet, om aan internetkaarten, kip, brood en eieren te komen. Dit gaat een groot avontuur worden, waar wij veel zin in hebben. We houden jullie op de hoogte van de ontwikkelingen. Foto’s zijn vrij kansloos met het internet hier.

 

Cayman courtesy flag

Cayman courtesy flag

Early morning on February 3rd, we arrived on Cayman Brac, one of the Cayman Sister Islands. We picked up a mooring buoy at Scott’s Bay and prepared the dinghy so we could go to shore for clearance procedures. This was quite difficult, as the waves were bothering us and we couldn’t find any protected bay on the island. Formalities were quickly dealt with and Joris returned to the boat with Osmond, the mosquito extinguisher. He boarded Cedo Nulli with a tiny aerosol of mosquito repellent and came out quickly after spraying around a little bit. He was mostly interested in posing in front of his camera being ‘captain of the day’ and liked the dinghy ride very much.

There is a very relaxed atmosphere on Brac. There is not much activity, just a few hotels and a small scale diving industry. It has about 1500 inhabitants, so everybody knows each other. We took a walk around the island and checked with the tourist information where to go and what to do (not a lot).

Little Cayman

Little Cayman

We planned to anchor in Dick Sesinger’s Bay, which looked really promising in the pilot books. The bay is supposed to be deep enough for our draught, but a diving instructor told us, this is not the case. Apparently, a few years ago they dredged it but after this depths ended up to be less then they were. Unfortunately for us this meant that we had to leave Brac early, as there are no suitable other locations on the island where we could await the passing of two upcoming cold fronts comfortably.

Nicole & Carl

Nicole & Carl

So we moved over to Owen’s Sound at Little Cayman, where the depths surely would be sufficient for us, according to the locals and the pilot books. Indeed we found a suitable anchorage and spent a very nice night with the crew of two American yachts that were anchored there too. One of them, Carl had a rental car and offered to drive us around. He worked on Little Cayman in the 80’s and told us how much things have changed since then.

Lobster & Conch

Lobster & Conch

During lunch at The Hungry Iguana Carl and Joris decided they wanted to catch some lobster. Using a speargun is prohibited in the Caymans, so they would have to catch them by hand. First, they made a so called ‘noose’, which is a tube with a steel loop in it. You’re supposed to work the loop around the lobster and pull it to tighten, before the lobster decides to escape. This turned out to be more difficult then they thought, but they ended up with 3 lobsters in the bag.

It is almost impossible to find accurate tidal information and with the upcoming spring tide, which causes extreme low waters, we decided to end our visit to the Cayman Islands early. We had no desire to end up in a situation where we would get stuck behind a reef in bad winds with not enough water below the keel. Too bad, since we still wanted to do some diving and kitesurfing, but sometimes thing work out differently. Safety first!

Little Cayman tour

Little Cayman tour

With the ongoing unsettled weather conditions in mind we decided to skip our planned visit to Grand Cayman and to sail straight to Cuba. Santiago de Cuba was our destination, from where the sailing conditions are expected to be the most favorable to reach Puerto de Vita. There, we will leave the boat in the marina for a few weeks and continue our journey to Havana by bus. We are going to travel across Cuba by car together with Joris’ parents. After that we will explore Havana with the guys of Het Zwarte Gat (The Big Black Hole), the investor group of which Joris is a member.

Monday the 8th of February we cleared out of Cayman Brac and set sail for Santiago the Cuba, some 230 miles east (about 425 km). With 20 knots of wind from the northeast and a decent sea we had a very comfortable crossing. The next morning we reached the southeastern coast at Cabo Cruz and continued our way to Santiago motorsailing.

Santiago de Cuba

Santiago de Cuba

Upon arrival we were directed to a quarantine anchorage and boarded by a doctor. She took our temperatures, asked some medical questions and checked the boat for hygiene. When she cleared us, we were allowed to go alongside the pier in the marina to complete the usual procedures with harbor master, customs and immigration. The reception in the marina was very welcome and we finished all the formalities surprisingly quick. The officials were very happy with our already prefilled forms, which we found on the internet and brought with us many copies, along with plenty of copies of the crew list and ship’s papers. This saves everybody a lot of writing by hand and is very helpful keeping the officers happy. The promised 3 sniffing dogs never appeared and the boat was not turned inside out for an inspection. Soon we were allowed to go wherever we wanted to go.

We already visited the city of Santiago and made baby steps onto the Cuban black market for internet scratch cards, chicken, eggs and bread. Our stay in Cuba will be a very big adventure, which we are very much looking forward to. We will keep everybody posted, but don’t think that it’s possible to upload many pictures with the poor internet connection.

Jamaica, hoe het verder ging

Jamaica route

Jamaica route

[English translation below]

Bob Marley museum

Bob Marley museum

De Royal Jamaican Yacht Club in Kingston bleek zich op te maken voor de allereerste non-stop zeilrace om het eiland uit haar geschiedenis en we werden enthousiast uitgenodigd om ook deel te nemen. Wij hadden echter andere plannen en gingen samen met Jae van de Kustwacht een middag rondrijden door Kingston. Het was erg gezellig en natuurlijk ontbraken bezoeken aan het Bob Marley-museum en de trendy bar van Usain Bolt niet. We kwamen ook op plaatsen die we zelf nooit hadden uitgezocht, zoals een klein eettentje in een winkelcentrum en de kapper/barbier van Jae die ook dienst doet als kroeg en coffeeshop.

De volgende dag waren we wel weer klaar met de stad en zijn we vertrokken naar Lime Key, een onbewoond eilandje vlak voor de kust van Kingston. Onze tocht naar het westen ging daarna verder naar Pigeon Island, in de Portland Bight. Weer een onbewoond eiland met voor het eerst op Jamaica ogenschijnlijk goede kitesurf-kansen. Maar toen we eenmaal onze kite hadden opgeblazen bleek het toch erg tegen te vallen met de wind en was de lol er alweer snel af. We hebben sowieso heel weinig wind gehad tijdens ons verblijf op Jamaica, dus de motor heeft overuren gedraaid.

Black River

Black River

Op weg naar Black River hebben we de nacht doorgebracht achter ‘Alligator reef’, een groot hoefijzervormig rif een stuk uit de kust. Het was een te gekke gewaarwording om midden op zee voor anker te liggen, beschermd tegen de wind en golven. Slalommend tussen de visnetten door bereikten we vervolgens Black River, waar een paar honderd zoutwaterkrokodillen leven. Het dorpje ziet er behoorlijk verwaarloosd uit, maar de mensen waren zoals overal in Jamaica heel erg vriendelijk en in voor een praatje. We hebben een rondvaart gemaakt over de Black River en door het moerasachtige achterland. Het was er prachtig en we hebben veel krokodillen gezien. Ook mochten we kijken in de nursery, waar zieke en gewonde krokodillen worden verzorgd tot ze weer vrijgelaten kunnen worden.

Terug van de tour en boodschappen doen vonden we Cedo Nulli terug op bijna een mijl (1,8 km) van de plek waar we haar achtergelaten hadden. Blijkbaar vond ze het nodig om zelf op stap te gaan! Dat is ons nog nooit overkomen met deze boot en dat was wel even flink schrikken. Gelukkig heeft ze geen rif geraakt en is ze niet aan de grond gelopen, dus het liep met een sisser af.

Bloody Bay - Negril

Bloody Bay – Negril

Bloody Bay in Negril is de plek waar we de dagen daarna hebben doorgebracht. Dit is het meer toeristische deel van Jamaica, met overal grote hotelresorts. De baai dankt haar naam aan het feit dat walvisjagers hier vroeger alle slachtafval overboord gooiden, waardoor het water in de baai rood kleurde. We hebben er heerlijke verse kreeft gegeten in een hutje op het strand, waar ook de wietverkoop booming business is. De kok liet ons zien hoe je een kreeft doodt en gaf ons zijn recepten voor op de barbeque. Heel handig voor straks op Cuba, waar je naar verluidt levende kreeft met lokale vissers kunt ruilen voor een flesje rum, of ze zelf van de bodem kunt plukken. Volgens medezeilers moet je met een dweilmop naar ze porren, waardoor ze uit zelfverdediging de draden beetgrijpen en je ze zo aan boot schijnt te kunnen hengelen. We gaan het proberen!

Op weg naar onze laatste haven hebben we nog een nacht geankerd in de baai bij Lucea, waarna we koers zetten richting de Montego Bay Yacht Club. De stad stelde weinig voor qua bezienswaardigheden, maar er zijn prima supermarkten en de jachtclub heeft een goed restaurant. De kasten weer gevuld met schone kleding en de boot volgeladen met boodschappen, diesel en water, dus klaar voor vertrek naar de Kaaiman Eilanden. Samen met onze Engelse buurman Keith vierden we onze voorlopig laatste avond op Jamaica met tacos en margueritas in de Yacht Club.

Ondanks alle negatieve berichten over met name de veiligheid hebben wij een geweldige tijd in Jamaica achter de rug. Niet veel vaker hebben wij zulke gastvrije, vriendelijke en hulpvaardige mensen ontmoet. Iedereen groet je en toetert en zwaait in het voorbij rijden. Het eiland is prachtig, met grote bergen en een hele mooie natuur. Wij hebben ons er echt geen moment onveilig gevoeld en hadden ons geen betere eerste bestemming na Aruba kunnen wensen.

In de ochtend van 2 februari kozen wij het ruime sop richting de Kaaiman eilanden, waar we de volgende dag om 8 uur ‘s-ochtends aankwamen na een hele relaxte overtocht met mooie wind en redelijke golven. Niet gevist dit keer, want we hadden nog plenty ‘jerk’-chicken in de koelkast. De komende dagen gaan we duiken, want dit schijnt een van de mooiste duiklocaties ter wereld te zijn volgens Jacques Cousteau. Ook hopen we weer eens te kunnen kitesurfen.

Dat is het voor nu. We houden jullie op de hoogte.

 

Bob Marley museum

Bob Marley museum

The Royal Jamaican Yacht Club prepared for it’s very first non-stop around the island sailing race and we were enthusiastically invited to also participate. Unfortunately, we already made plans to explore Kingston Town with Jae, the Coast Guard Officer we met in Port Morant. We enjoyed the time we spent with him and of course we visited the Bob Marley Museum and Usain Bolt’s trendy bar too. We also visited places where we otherwise wouldn’t have gone, like a very nice eating shack in a shopping mall and Jae’s hairdresser/ barber, who also appeared to be a local bar and coffeeshop.

Usain Bolt's Tracks & Records bar

Usain Bolt’s Tracks & Records bar

The next day, we wanted to get out of the city life and left to spend the night at Lime Key, a small uninhabited island just outside Kingston. Our journey west then took us to Pigeon Island in the Portland Bight. Again, this was an uninhabited island, having what appeared to be favorable kitesurfing conditions. Once we had pumped the kite, the wind dropped and we were disappointed to have to end our session. As a matter of fact, we completely lacked good sailing winds during our stay in Jamaica and the inboard engine had to work really hard to take us where we wanted to go.

Crocodile nursery

On our way to Black River we spent the night at Alligator Reef, which is a huge horseshoe-shaped reef in front of the southwest coastline. It is a very weird experience to be anchored in the middle of the ocean, protected against the wind and waves. Working our way through a minefield of fish traps along the coast we reached Black River, where several hundreds of salt water crocodiles live. The village looked run-down, but like everywhere in Jamaica the people where very friendly and always willing to make a conversation. We did a guided boat tour on the Black River and through the surrounding swamp area. It was very beautiful and we got to see many crocodiles. We also looked around in the nursery, where sick and wounded crocodiles are taken care of until they can be released back into the wild.

When we came back from our tour and grocery shopping, we found Cedo Nulli about a mile (1.8 km) from the place where we left her at anchor. As it seems, she wanted to go and have a look around on her own. This has never happend before with this yacht and she gave us quite a scare. Fortunately, she did not hit a reef nor ran aground, so we got away with it without a scratch.

Bloody Bay in Negril is the place where we spent the next couple of days. This part of Jamaica is far more touristic and there are hotel resorts everywhere. Bloody Bay was the place where whale hunters used to throw overboard their carcasses, which turned the water red. We ate some great lobster in a little shack on the beach, which was also a flourishing marijuana shop. The cook showed us the tricks of the trade killing the lobster and gave us his recipes. This might turn out handy, when we set sail for Cuba. People say you can trade live lobster for small bottles of rum over there, or catch them yourself if you are brave enough. We met sailors who told us you should poke the poor lobster with a floor mop so that it will grasp it in self-defense. This way, you should easily be able to swing it on board. We are definitely going to try it!

Montego Bay

Montego Bay

On the way to our last Jamaican port, we had a nightly stopover at Lucea. After this we sailed to Montego Bay Yacht Club. The town of Montego Bay itself is nothing much, but there are great grocery stores and the Yacht Club has a good restaurant. In preparation for our upcoming departure we had our laundry done and filled the boat up with diesel, water and groceries, so we were all set to go to the Cayman Islands. To celebrate our last night in Jamaica we enjoyed the excellent company of our British neighbor Keith and some tacos and margueritas at the Yacht Club.

Montego Bay Yacht Club

Montego Bay Yacht Club

Despite of all the negative stories we heard and read about Jamaica, especially on safety issues, we had the best time over there! We can think of very few occasions in other countries, that we met this many hospitable, friendly and helpful people. It’s a beautiful island, with wonderful mountains and wildlife. We felt safe all the time and cannot think of a better destination for our first sailing trip after leaving Aruba.

In the morning of February 2nd we set sail for the Cayman Islands, where we arrived safely the next morning. We had a relaxed crossing with good winds and reasonable swell. We didn’t even try to catch a fish, because we still had plenty of ‘jerk’-chicken in the fridge. The next few days will be spent diving, because Jacques Cousteau declared this one of the most beautiful diving sites in the world. We also hope to have some nice kitesurfing sessions over here.

That’s it for now. We will keep you posted.

Port Morant – Jamaica

[English translation below]

Vrijdag 15 januari, onze eerste dag op Jamaica. Boot opruimen, dinghy optuigen, uitrusten, genieten van het schitterende uitzicht op Port Morant bay aan de ene kant en de Blue Mountains aan de andere kant.

Op zaterdag besloten om op zoek te gaan naar een nieuwe accu en het dorpje te verkennen. Omdat het dorp precies aan de andere kant van de baai ligt, toch maar even bij de jongens van de Coast Guard informeren hoe we daar het beste kunnen komen. Tja, lopen is wel heeeeel ver, taxi is goedkoop maar komt als je gelukt hebt af en toe langs op de hoofdweg, met de dinghy is onmogelijk door de ondieptes en rif. En op de fiets? vragen wij. Ja, dat zou het beste zijn, slechts 20 minuutjes. Volledig verrast is iedereen als we vervolgens 2 vouwfietsen uit de boot toveren.

Nadat ze ons gerustgesteld hebben dat de Jamaicaanse wegen niet gevaarlijk zijn voor fietsers, vertrekken we en rijden na een kwartier het dorpje binnen. Onderweg zijn we onder de indruk van al het groen en beplanting. Nog voordat we kunnen afstappen worden we al opgemerkt door de lokale dorpsgids/gek, die ons weet af te leveren bij een autopart dealer. Accu achterop de fiets en verder. Op advies van een aantal locals vinden we een klein hutje waar we kunnen lunchen. De keuze bestaat uit jerked chicken, jerked porc of jerked fish. De jerked chicken is werkelijk waar heerlijk, en dat voor 600 J’s (Jamaican dollars, nog geen €5). Inclusief verse fruit juice besteden we ongeveer €6.

Ondertussen stroomt het buiten de lunch hut vol met mensen die onze fietsen bewonderen. We hebben nog wat moeite om het Engels (?) van de Jamaicanen te verstaan, maar begrijpen dat ze allemaal onze fiets willen hebben. We hadden er wel 20 van kunnen verkopen. Nadat we uitleggen dat we zelf niet zonder kunnen en bij een volgend bezoek aan Jamaica een aantal extra meebrengen, mogen we weer verder en fietsen we terug.

Terug bij het station van de Coast Guard worden we uitgenodigd om iets (rum) te komen drinken. En of wij wellicht wat flessen aan boord hebben, dan verzorgen zij de coke en boom (lokale red bull). Dat hebben we wel en als dank mogen we de volgende dag aanschuiven bij hun bbq met (jawel) jerked chicken.

Zondag monteren we de nieuwe accu en gaan we nog een keer richting het dorpje om inkopen te doen voor de bbq. In de middag genieten we van de bbq met het hele team van het Port Morant Coast Guard station en hun collega’s van de Marine Police. Als heel Jamaica zo vriendelijk en gastvrij is als Port Morant, dan blijven we nog even!

Maandag ochtend zijn we vertrokken naar Kingston, alwaar we nu liggen in de Royal Jamaica Yacht Club.

Later meer … en ook foto’s …

 

Friday January 15th, our first day on Jamaica, was spent cleaning the boat, launching the dinghy, chillin’ and enjoying the beautiful scenery of Morant Bay and the Blue Mountains.

On Saturday we decided to try to buy a new starter battery and check out the small village. We asked the guys from the Coast Guard how to get there and as it turned out it was far too long a walk for us and it would be difficult to find a taxi. The water was too shallow to go there by dinghy, so we surprised everybody when we unpacked our folding bikes. The Coast Guard assured us that bicycling is quite safe overthere, so we took our chance and enjoyed a beautiful 15 minute scenic ride to town.

Before we were even able to dismount our bikes, we were spotted by the local fruitcake, who started to walk with us and who took us to an auto parts dealer. We couldn’t understand a word he was saying, but we got there! We strapped the new battery to the back of our bike and went for lunch at a local shack. On the menu were jerked chicken, jerked pork and jerked fish. We chose the jerked chicken, which was fabulous for just 600 J’s (Jamaican $, about 5 US$). We decided to go crazy and also enjoyed fresh fruit juices, which increased the total bill to about $6.

While we were enjoying our lunch, there was a crowd gathering around our folding bikes. We still experience difficulty understanding the Jamaican English, but it was perfectly clear to us that they all wanted our bikes! If we had them in stock, we would have sold at least 20 bikes over there. We explained that the bikes are not for sale and our only means of transportation while cruising and we promised to bring more bikes on our next visit to Jamaica.

Upon arrival back at the Coast Guards station we were invited for some drinks. They asked us if we had any rum to go with their Coke and Boom (a local Red Bull-like energy drink). Of course we did and we were also invited to have dinner with them the next day: barbequed jerk chicken.

On Sunday we installed the new battery and went back to the village to buy groceries for the barbeque. In the afternoon we very much enjoyed the food, drinks and especially the company of the Port Morant Coast Guards Station and their collegues from the Marine Police. We hope to enjoy the same hospitality and friendliness as we did in Port Morant. This way, we want to stay in Jamaica forever!

On Monday we sailed to Kingston, where we are right now in the Royal Jamaica Yacht Club.

More to follow … plus pictures …