Archief voor februari 2016

Cayman Islands

[English translation below]

Cayman Brac

Cayman Brac

Vroeg in de ochtend op 3 februari bereikten we de kust van Cayman Brac, een van de Kaaiman eilanden. We pakten een ankerbal op in Scott’s Bay en maakten de bijboot klaar om in te klaren. Dat was nog een hele tour, want de zee was erg onrustig en het eiland bood weinig beschutting. De formaliteiten werden snel vervuld en Joris ging vervolgens samen met Osmond de muggenverdelger terug aan boord. Gewapend met een heel lullig spuitbusje ging hij naar binnen en kwam na het lossen van een paar pufjes alweer naar buiten. Hij wilde vooral graag achter het stuurwiel op de foto als ‘captain of the day’ en vond het ritje in de bijboot erg leuk.

Het eilandje Brac ademt een hele relaxte atmosfeer en is helemaal ingesteld op kleinschalig duiktoerisme. Er wonen maar zo’n 1500 mensen en iedereen kent elkaar. We informeerden bij de plaatselijke VVV wat er allemaal te doen is (vrij weinig) en wandelden een stuk over het eiland.

Little Cayman

Little Cayman

We wilden gaan ankeren achter het rif in Dick Sesinger’s Bay, wat er op papier heel idyllisch uitzag. Volgens de boeken en kaarten zou er voldoende water zou moeten staan voor onze diepgang, maar een gesprek met een van de duikinstructeurs leerde ons dat het er bij lange na niet diep genoeg is voor onze boot. Blijkbaar heeft men er in het verleden gebaggerd, waarna de baai nog erger is dicht geslibt. Dat was balen, want daardoor was er op Cayman Brac eigenlijk geen geschikte beschutte locatie om de passage van twee naderende koufronten comfortabel af te wachten.

Dus zat er niets anders op dan vervroegd te verhuizen naar naar Little Cayman en daar de beschutting van Owen’s Sound op te zoeken. Volgens de duikschool en de pilots was daar zéker genoeg water onder de kiel. Daar aangekomen vonden we inderdaad een prima plek en hadden een gezellige avond met de bemanning van twee Amerikaanse zeiljachten. Een van hen, Carl, had een auto gehuurd en bood aan om ons een tour over het eilandje te geven. Hij had er in de jaren ’80 gewerkt en vertelde hoeveel alles veranderd was.

Hungry Iguana

Hungry Iguana

Tijdens de lunch bij The Hungry Iguana smeedden Carl en Joris plannen om kreeft te gaan vangen. Het gebruik van een harpoen is verboden op de Kaaiman eilanden, dus het kwam neer op ambachtelijk handwerk. Er werd eerst een zogenaamde ‘noose’ gemaakt. Dit is een buis met daarin een lus van staalkabel. De bedoeling is dat je snel genoeg bent om de lus om de kreeft te werken en dan aan te trekken voordat de kreeft is gevlogen. Het bleek lastiger dan gedacht, maar uiteindelijk hebben ze drie kreeften gevangen.

Het is moeilijk om eenduidige getijden-informatie te krijgen en met een springtij in aantocht (dat zorgt voor extreem laag water) besloten we uit voorzorg om vroegtijdig een eind te maken aan ons bezoek aan de Kaaiman eilanden. We wilden niet in de situatie komen, waar je met harde wind uit de verkeerde richting ligt opgesloten achter een rif met mogelijk (te) weinig diepte. Ontzettend jammer, want de ligplaats was schitterend en we hadden nog willen duiken en kiten maar het is er niet van gekomen. Safety first!

Dick Sesinger Bay

Dick Sesinger Bay

Met het oog op het onrustige weer besloten we om Grand Cayman over te slaan en direct naar Cuba te varen. We kozen voor Santiago de Cuba, van waaruit we naar verwachting gunstigere winden zullen hebben om ons doel te bereiken: Puerto de Vita. Daar zullen we de boot voor een paar weken in een haven achterlaten om met de bus verder te reizen naar Havanna. We gaan van daaruit rondreizen met Joris zijn ouders en daarna Havanna onveilig maken met de mannen van Het Zwarte Gat, de beleggingsclub waar Joris lid van is.

Op maandag 8 februari klaarden we uit van Cayman Brac en vertrokken in de middag richting Santiago de Cuba, zo’n 230 mijl (425 km) naar het Oosten. Met windkracht 5 schuin van voren en een hele beleefde zeegang was het comfortabel op één oor oversteken. De volgende ochtend bereikten we al de Cubaanse zuidoost kust bij Cabo Cruz, waarna we het laatste stuk (motor)zeilend naar Santiago de Cuba hebben afgelegd.

Cabo Cruz - Cuba

Cabo Cruz – Cuba

Bij aankomst werden we naar een quarantaine ankerplaats gedirigeerd, waar een arts aan boord kwam om onze temperatuur te meten, de boot te controleren op hygiëne en wat gezondheidsvragen te stellen. Vervolgens mochten we aan de kade komen liggen voor de inklaarprocedure. De ontvangst in de haven was uiterst hartelijk en het inklaren verliep verrassend soepel. De officials waren erg tevreden over onze vooringevulde douanepapieren, die we ergens op internet hebben gevonden en in veelvoud met onze bemanningslijst en kopieën van de scheepspapieren overhandigden. Dat scheelt iedereen veel schrijfwerk en carbonpapiertjes en is blijkbaar zeer goed voor het humeur van de officials. De beloofde 3 speurhonden en het binnenstebuitenkeren van de boot bleven uit en we mochten relatief snel weer gaan en staan waar we wilden.

We hebben inmiddels al een bezoekje gebracht aan de stad en onze eerste stappen op de zwarte markt gezet, om aan internetkaarten, kip, brood en eieren te komen. Dit gaat een groot avontuur worden, waar wij veel zin in hebben. We houden jullie op de hoogte van de ontwikkelingen. Foto’s zijn vrij kansloos met het internet hier.

 

Cayman courtesy flag

Cayman courtesy flag

Early morning on February 3rd, we arrived on Cayman Brac, one of the Cayman Sister Islands. We picked up a mooring buoy at Scott’s Bay and prepared the dinghy so we could go to shore for clearance procedures. This was quite difficult, as the waves were bothering us and we couldn’t find any protected bay on the island. Formalities were quickly dealt with and Joris returned to the boat with Osmond, the mosquito extinguisher. He boarded Cedo Nulli with a tiny aerosol of mosquito repellent and came out quickly after spraying around a little bit. He was mostly interested in posing in front of his camera being ‘captain of the day’ and liked the dinghy ride very much.

There is a very relaxed atmosphere on Brac. There is not much activity, just a few hotels and a small scale diving industry. It has about 1500 inhabitants, so everybody knows each other. We took a walk around the island and checked with the tourist information where to go and what to do (not a lot).

Little Cayman

Little Cayman

We planned to anchor in Dick Sesinger’s Bay, which looked really promising in the pilot books. The bay is supposed to be deep enough for our draught, but a diving instructor told us, this is not the case. Apparently, a few years ago they dredged it but after this depths ended up to be less then they were. Unfortunately for us this meant that we had to leave Brac early, as there are no suitable other locations on the island where we could await the passing of two upcoming cold fronts comfortably.

Nicole & Carl

Nicole & Carl

So we moved over to Owen’s Sound at Little Cayman, where the depths surely would be sufficient for us, according to the locals and the pilot books. Indeed we found a suitable anchorage and spent a very nice night with the crew of two American yachts that were anchored there too. One of them, Carl had a rental car and offered to drive us around. He worked on Little Cayman in the 80’s and told us how much things have changed since then.

Lobster & Conch

Lobster & Conch

During lunch at The Hungry Iguana Carl and Joris decided they wanted to catch some lobster. Using a speargun is prohibited in the Caymans, so they would have to catch them by hand. First, they made a so called ‘noose’, which is a tube with a steel loop in it. You’re supposed to work the loop around the lobster and pull it to tighten, before the lobster decides to escape. This turned out to be more difficult then they thought, but they ended up with 3 lobsters in the bag.

It is almost impossible to find accurate tidal information and with the upcoming spring tide, which causes extreme low waters, we decided to end our visit to the Cayman Islands early. We had no desire to end up in a situation where we would get stuck behind a reef in bad winds with not enough water below the keel. Too bad, since we still wanted to do some diving and kitesurfing, but sometimes thing work out differently. Safety first!

Little Cayman tour

Little Cayman tour

With the ongoing unsettled weather conditions in mind we decided to skip our planned visit to Grand Cayman and to sail straight to Cuba. Santiago de Cuba was our destination, from where the sailing conditions are expected to be the most favorable to reach Puerto de Vita. There, we will leave the boat in the marina for a few weeks and continue our journey to Havana by bus. We are going to travel across Cuba by car together with Joris’ parents. After that we will explore Havana with the guys of Het Zwarte Gat (The Big Black Hole), the investor group of which Joris is a member.

Monday the 8th of February we cleared out of Cayman Brac and set sail for Santiago the Cuba, some 230 miles east (about 425 km). With 20 knots of wind from the northeast and a decent sea we had a very comfortable crossing. The next morning we reached the southeastern coast at Cabo Cruz and continued our way to Santiago motorsailing.

Santiago de Cuba

Santiago de Cuba

Upon arrival we were directed to a quarantine anchorage and boarded by a doctor. She took our temperatures, asked some medical questions and checked the boat for hygiene. When she cleared us, we were allowed to go alongside the pier in the marina to complete the usual procedures with harbor master, customs and immigration. The reception in the marina was very welcome and we finished all the formalities surprisingly quick. The officials were very happy with our already prefilled forms, which we found on the internet and brought with us many copies, along with plenty of copies of the crew list and ship’s papers. This saves everybody a lot of writing by hand and is very helpful keeping the officers happy. The promised 3 sniffing dogs never appeared and the boat was not turned inside out for an inspection. Soon we were allowed to go wherever we wanted to go.

We already visited the city of Santiago and made baby steps onto the Cuban black market for internet scratch cards, chicken, eggs and bread. Our stay in Cuba will be a very big adventure, which we are very much looking forward to. We will keep everybody posted, but don’t think that it’s possible to upload many pictures with the poor internet connection.

Jamaica, hoe het verder ging

Jamaica route

Jamaica route

[English translation below]

Bob Marley museum

Bob Marley museum

De Royal Jamaican Yacht Club in Kingston bleek zich op te maken voor de allereerste non-stop zeilrace om het eiland uit haar geschiedenis en we werden enthousiast uitgenodigd om ook deel te nemen. Wij hadden echter andere plannen en gingen samen met Jae van de Kustwacht een middag rondrijden door Kingston. Het was erg gezellig en natuurlijk ontbraken bezoeken aan het Bob Marley-museum en de trendy bar van Usain Bolt niet. We kwamen ook op plaatsen die we zelf nooit hadden uitgezocht, zoals een klein eettentje in een winkelcentrum en de kapper/barbier van Jae die ook dienst doet als kroeg en coffeeshop.

De volgende dag waren we wel weer klaar met de stad en zijn we vertrokken naar Lime Key, een onbewoond eilandje vlak voor de kust van Kingston. Onze tocht naar het westen ging daarna verder naar Pigeon Island, in de Portland Bight. Weer een onbewoond eiland met voor het eerst op Jamaica ogenschijnlijk goede kitesurf-kansen. Maar toen we eenmaal onze kite hadden opgeblazen bleek het toch erg tegen te vallen met de wind en was de lol er alweer snel af. We hebben sowieso heel weinig wind gehad tijdens ons verblijf op Jamaica, dus de motor heeft overuren gedraaid.

Black River

Black River

Op weg naar Black River hebben we de nacht doorgebracht achter ‘Alligator reef’, een groot hoefijzervormig rif een stuk uit de kust. Het was een te gekke gewaarwording om midden op zee voor anker te liggen, beschermd tegen de wind en golven. Slalommend tussen de visnetten door bereikten we vervolgens Black River, waar een paar honderd zoutwaterkrokodillen leven. Het dorpje ziet er behoorlijk verwaarloosd uit, maar de mensen waren zoals overal in Jamaica heel erg vriendelijk en in voor een praatje. We hebben een rondvaart gemaakt over de Black River en door het moerasachtige achterland. Het was er prachtig en we hebben veel krokodillen gezien. Ook mochten we kijken in de nursery, waar zieke en gewonde krokodillen worden verzorgd tot ze weer vrijgelaten kunnen worden.

Terug van de tour en boodschappen doen vonden we Cedo Nulli terug op bijna een mijl (1,8 km) van de plek waar we haar achtergelaten hadden. Blijkbaar vond ze het nodig om zelf op stap te gaan! Dat is ons nog nooit overkomen met deze boot en dat was wel even flink schrikken. Gelukkig heeft ze geen rif geraakt en is ze niet aan de grond gelopen, dus het liep met een sisser af.

Bloody Bay - Negril

Bloody Bay – Negril

Bloody Bay in Negril is de plek waar we de dagen daarna hebben doorgebracht. Dit is het meer toeristische deel van Jamaica, met overal grote hotelresorts. De baai dankt haar naam aan het feit dat walvisjagers hier vroeger alle slachtafval overboord gooiden, waardoor het water in de baai rood kleurde. We hebben er heerlijke verse kreeft gegeten in een hutje op het strand, waar ook de wietverkoop booming business is. De kok liet ons zien hoe je een kreeft doodt en gaf ons zijn recepten voor op de barbeque. Heel handig voor straks op Cuba, waar je naar verluidt levende kreeft met lokale vissers kunt ruilen voor een flesje rum, of ze zelf van de bodem kunt plukken. Volgens medezeilers moet je met een dweilmop naar ze porren, waardoor ze uit zelfverdediging de draden beetgrijpen en je ze zo aan boot schijnt te kunnen hengelen. We gaan het proberen!

Op weg naar onze laatste haven hebben we nog een nacht geankerd in de baai bij Lucea, waarna we koers zetten richting de Montego Bay Yacht Club. De stad stelde weinig voor qua bezienswaardigheden, maar er zijn prima supermarkten en de jachtclub heeft een goed restaurant. De kasten weer gevuld met schone kleding en de boot volgeladen met boodschappen, diesel en water, dus klaar voor vertrek naar de Kaaiman Eilanden. Samen met onze Engelse buurman Keith vierden we onze voorlopig laatste avond op Jamaica met tacos en margueritas in de Yacht Club.

Ondanks alle negatieve berichten over met name de veiligheid hebben wij een geweldige tijd in Jamaica achter de rug. Niet veel vaker hebben wij zulke gastvrije, vriendelijke en hulpvaardige mensen ontmoet. Iedereen groet je en toetert en zwaait in het voorbij rijden. Het eiland is prachtig, met grote bergen en een hele mooie natuur. Wij hebben ons er echt geen moment onveilig gevoeld en hadden ons geen betere eerste bestemming na Aruba kunnen wensen.

In de ochtend van 2 februari kozen wij het ruime sop richting de Kaaiman eilanden, waar we de volgende dag om 8 uur ‘s-ochtends aankwamen na een hele relaxte overtocht met mooie wind en redelijke golven. Niet gevist dit keer, want we hadden nog plenty ‘jerk’-chicken in de koelkast. De komende dagen gaan we duiken, want dit schijnt een van de mooiste duiklocaties ter wereld te zijn volgens Jacques Cousteau. Ook hopen we weer eens te kunnen kitesurfen.

Dat is het voor nu. We houden jullie op de hoogte.

 

Bob Marley museum

Bob Marley museum

The Royal Jamaican Yacht Club prepared for it’s very first non-stop around the island sailing race and we were enthusiastically invited to also participate. Unfortunately, we already made plans to explore Kingston Town with Jae, the Coast Guard Officer we met in Port Morant. We enjoyed the time we spent with him and of course we visited the Bob Marley Museum and Usain Bolt’s trendy bar too. We also visited places where we otherwise wouldn’t have gone, like a very nice eating shack in a shopping mall and Jae’s hairdresser/ barber, who also appeared to be a local bar and coffeeshop.

Usain Bolt's Tracks & Records bar

Usain Bolt’s Tracks & Records bar

The next day, we wanted to get out of the city life and left to spend the night at Lime Key, a small uninhabited island just outside Kingston. Our journey west then took us to Pigeon Island in the Portland Bight. Again, this was an uninhabited island, having what appeared to be favorable kitesurfing conditions. Once we had pumped the kite, the wind dropped and we were disappointed to have to end our session. As a matter of fact, we completely lacked good sailing winds during our stay in Jamaica and the inboard engine had to work really hard to take us where we wanted to go.

Crocodile nursery

On our way to Black River we spent the night at Alligator Reef, which is a huge horseshoe-shaped reef in front of the southwest coastline. It is a very weird experience to be anchored in the middle of the ocean, protected against the wind and waves. Working our way through a minefield of fish traps along the coast we reached Black River, where several hundreds of salt water crocodiles live. The village looked run-down, but like everywhere in Jamaica the people where very friendly and always willing to make a conversation. We did a guided boat tour on the Black River and through the surrounding swamp area. It was very beautiful and we got to see many crocodiles. We also looked around in the nursery, where sick and wounded crocodiles are taken care of until they can be released back into the wild.

When we came back from our tour and grocery shopping, we found Cedo Nulli about a mile (1.8 km) from the place where we left her at anchor. As it seems, she wanted to go and have a look around on her own. This has never happend before with this yacht and she gave us quite a scare. Fortunately, she did not hit a reef nor ran aground, so we got away with it without a scratch.

Bloody Bay in Negril is the place where we spent the next couple of days. This part of Jamaica is far more touristic and there are hotel resorts everywhere. Bloody Bay was the place where whale hunters used to throw overboard their carcasses, which turned the water red. We ate some great lobster in a little shack on the beach, which was also a flourishing marijuana shop. The cook showed us the tricks of the trade killing the lobster and gave us his recipes. This might turn out handy, when we set sail for Cuba. People say you can trade live lobster for small bottles of rum over there, or catch them yourself if you are brave enough. We met sailors who told us you should poke the poor lobster with a floor mop so that it will grasp it in self-defense. This way, you should easily be able to swing it on board. We are definitely going to try it!

Montego Bay

Montego Bay

On the way to our last Jamaican port, we had a nightly stopover at Lucea. After this we sailed to Montego Bay Yacht Club. The town of Montego Bay itself is nothing much, but there are great grocery stores and the Yacht Club has a good restaurant. In preparation for our upcoming departure we had our laundry done and filled the boat up with diesel, water and groceries, so we were all set to go to the Cayman Islands. To celebrate our last night in Jamaica we enjoyed the excellent company of our British neighbor Keith and some tacos and margueritas at the Yacht Club.

Montego Bay Yacht Club

Montego Bay Yacht Club

Despite of all the negative stories we heard and read about Jamaica, especially on safety issues, we had the best time over there! We can think of very few occasions in other countries, that we met this many hospitable, friendly and helpful people. It’s a beautiful island, with wonderful mountains and wildlife. We felt safe all the time and cannot think of a better destination for our first sailing trip after leaving Aruba.

In the morning of February 2nd we set sail for the Cayman Islands, where we arrived safely the next morning. We had a relaxed crossing with good winds and reasonable swell. We didn’t even try to catch a fish, because we still had plenty of ‘jerk’-chicken in the fridge. The next few days will be spent diving, because Jacques Cousteau declared this one of the most beautiful diving sites in the world. We also hope to have some nice kitesurfing sessions over here.

That’s it for now. We will keep you posted.