Jamaica, hoe het verder ging

Jamaica route

Jamaica route

[English translation below]

Bob Marley museum

Bob Marley museum

De Royal Jamaican Yacht Club in Kingston bleek zich op te maken voor de allereerste non-stop zeilrace om het eiland uit haar geschiedenis en we werden enthousiast uitgenodigd om ook deel te nemen. Wij hadden echter andere plannen en gingen samen met Jae van de Kustwacht een middag rondrijden door Kingston. Het was erg gezellig en natuurlijk ontbraken bezoeken aan het Bob Marley-museum en de trendy bar van Usain Bolt niet. We kwamen ook op plaatsen die we zelf nooit hadden uitgezocht, zoals een klein eettentje in een winkelcentrum en de kapper/barbier van Jae die ook dienst doet als kroeg en coffeeshop.

De volgende dag waren we wel weer klaar met de stad en zijn we vertrokken naar Lime Key, een onbewoond eilandje vlak voor de kust van Kingston. Onze tocht naar het westen ging daarna verder naar Pigeon Island, in de Portland Bight. Weer een onbewoond eiland met voor het eerst op Jamaica ogenschijnlijk goede kitesurf-kansen. Maar toen we eenmaal onze kite hadden opgeblazen bleek het toch erg tegen te vallen met de wind en was de lol er alweer snel af. We hebben sowieso heel weinig wind gehad tijdens ons verblijf op Jamaica, dus de motor heeft overuren gedraaid.

Black River

Black River

Op weg naar Black River hebben we de nacht doorgebracht achter ‘Alligator reef’, een groot hoefijzervormig rif een stuk uit de kust. Het was een te gekke gewaarwording om midden op zee voor anker te liggen, beschermd tegen de wind en golven. Slalommend tussen de visnetten door bereikten we vervolgens Black River, waar een paar honderd zoutwaterkrokodillen leven. Het dorpje ziet er behoorlijk verwaarloosd uit, maar de mensen waren zoals overal in Jamaica heel erg vriendelijk en in voor een praatje. We hebben een rondvaart gemaakt over de Black River en door het moerasachtige achterland. Het was er prachtig en we hebben veel krokodillen gezien. Ook mochten we kijken in de nursery, waar zieke en gewonde krokodillen worden verzorgd tot ze weer vrijgelaten kunnen worden.

Terug van de tour en boodschappen doen vonden we Cedo Nulli terug op bijna een mijl (1,8 km) van de plek waar we haar achtergelaten hadden. Blijkbaar vond ze het nodig om zelf op stap te gaan! Dat is ons nog nooit overkomen met deze boot en dat was wel even flink schrikken. Gelukkig heeft ze geen rif geraakt en is ze niet aan de grond gelopen, dus het liep met een sisser af.

Bloody Bay - Negril

Bloody Bay – Negril

Bloody Bay in Negril is de plek waar we de dagen daarna hebben doorgebracht. Dit is het meer toeristische deel van Jamaica, met overal grote hotelresorts. De baai dankt haar naam aan het feit dat walvisjagers hier vroeger alle slachtafval overboord gooiden, waardoor het water in de baai rood kleurde. We hebben er heerlijke verse kreeft gegeten in een hutje op het strand, waar ook de wietverkoop booming business is. De kok liet ons zien hoe je een kreeft doodt en gaf ons zijn recepten voor op de barbeque. Heel handig voor straks op Cuba, waar je naar verluidt levende kreeft met lokale vissers kunt ruilen voor een flesje rum, of ze zelf van de bodem kunt plukken. Volgens medezeilers moet je met een dweilmop naar ze porren, waardoor ze uit zelfverdediging de draden beetgrijpen en je ze zo aan boot schijnt te kunnen hengelen. We gaan het proberen!

Op weg naar onze laatste haven hebben we nog een nacht geankerd in de baai bij Lucea, waarna we koers zetten richting de Montego Bay Yacht Club. De stad stelde weinig voor qua bezienswaardigheden, maar er zijn prima supermarkten en de jachtclub heeft een goed restaurant. De kasten weer gevuld met schone kleding en de boot volgeladen met boodschappen, diesel en water, dus klaar voor vertrek naar de Kaaiman Eilanden. Samen met onze Engelse buurman Keith vierden we onze voorlopig laatste avond op Jamaica met tacos en margueritas in de Yacht Club.

Ondanks alle negatieve berichten over met name de veiligheid hebben wij een geweldige tijd in Jamaica achter de rug. Niet veel vaker hebben wij zulke gastvrije, vriendelijke en hulpvaardige mensen ontmoet. Iedereen groet je en toetert en zwaait in het voorbij rijden. Het eiland is prachtig, met grote bergen en een hele mooie natuur. Wij hebben ons er echt geen moment onveilig gevoeld en hadden ons geen betere eerste bestemming na Aruba kunnen wensen.

In de ochtend van 2 februari kozen wij het ruime sop richting de Kaaiman eilanden, waar we de volgende dag om 8 uur ‘s-ochtends aankwamen na een hele relaxte overtocht met mooie wind en redelijke golven. Niet gevist dit keer, want we hadden nog plenty ‘jerk’-chicken in de koelkast. De komende dagen gaan we duiken, want dit schijnt een van de mooiste duiklocaties ter wereld te zijn volgens Jacques Cousteau. Ook hopen we weer eens te kunnen kitesurfen.

Dat is het voor nu. We houden jullie op de hoogte.

 

Bob Marley museum

Bob Marley museum

The Royal Jamaican Yacht Club prepared for it’s very first non-stop around the island sailing race and we were enthusiastically invited to also participate. Unfortunately, we already made plans to explore Kingston Town with Jae, the Coast Guard Officer we met in Port Morant. We enjoyed the time we spent with him and of course we visited the Bob Marley Museum and Usain Bolt’s trendy bar too. We also visited places where we otherwise wouldn’t have gone, like a very nice eating shack in a shopping mall and Jae’s hairdresser/ barber, who also appeared to be a local bar and coffeeshop.

Usain Bolt's Tracks & Records bar

Usain Bolt’s Tracks & Records bar

The next day, we wanted to get out of the city life and left to spend the night at Lime Key, a small uninhabited island just outside Kingston. Our journey west then took us to Pigeon Island in the Portland Bight. Again, this was an uninhabited island, having what appeared to be favorable kitesurfing conditions. Once we had pumped the kite, the wind dropped and we were disappointed to have to end our session. As a matter of fact, we completely lacked good sailing winds during our stay in Jamaica and the inboard engine had to work really hard to take us where we wanted to go.

Crocodile nursery

On our way to Black River we spent the night at Alligator Reef, which is a huge horseshoe-shaped reef in front of the southwest coastline. It is a very weird experience to be anchored in the middle of the ocean, protected against the wind and waves. Working our way through a minefield of fish traps along the coast we reached Black River, where several hundreds of salt water crocodiles live. The village looked run-down, but like everywhere in Jamaica the people where very friendly and always willing to make a conversation. We did a guided boat tour on the Black River and through the surrounding swamp area. It was very beautiful and we got to see many crocodiles. We also looked around in the nursery, where sick and wounded crocodiles are taken care of until they can be released back into the wild.

When we came back from our tour and grocery shopping, we found Cedo Nulli about a mile (1.8 km) from the place where we left her at anchor. As it seems, she wanted to go and have a look around on her own. This has never happend before with this yacht and she gave us quite a scare. Fortunately, she did not hit a reef nor ran aground, so we got away with it without a scratch.

Bloody Bay in Negril is the place where we spent the next couple of days. This part of Jamaica is far more touristic and there are hotel resorts everywhere. Bloody Bay was the place where whale hunters used to throw overboard their carcasses, which turned the water red. We ate some great lobster in a little shack on the beach, which was also a flourishing marijuana shop. The cook showed us the tricks of the trade killing the lobster and gave us his recipes. This might turn out handy, when we set sail for Cuba. People say you can trade live lobster for small bottles of rum over there, or catch them yourself if you are brave enough. We met sailors who told us you should poke the poor lobster with a floor mop so that it will grasp it in self-defense. This way, you should easily be able to swing it on board. We are definitely going to try it!

Montego Bay

Montego Bay

On the way to our last Jamaican port, we had a nightly stopover at Lucea. After this we sailed to Montego Bay Yacht Club. The town of Montego Bay itself is nothing much, but there are great grocery stores and the Yacht Club has a good restaurant. In preparation for our upcoming departure we had our laundry done and filled the boat up with diesel, water and groceries, so we were all set to go to the Cayman Islands. To celebrate our last night in Jamaica we enjoyed the excellent company of our British neighbor Keith and some tacos and margueritas at the Yacht Club.

Montego Bay Yacht Club

Montego Bay Yacht Club

Despite of all the negative stories we heard and read about Jamaica, especially on safety issues, we had the best time over there! We can think of very few occasions in other countries, that we met this many hospitable, friendly and helpful people. It’s a beautiful island, with wonderful mountains and wildlife. We felt safe all the time and cannot think of a better destination for our first sailing trip after leaving Aruba.

In the morning of February 2nd we set sail for the Cayman Islands, where we arrived safely the next morning. We had a relaxed crossing with good winds and reasonable swell. We didn’t even try to catch a fish, because we still had plenty of ‘jerk’-chicken in the fridge. The next few days will be spent diving, because Jacques Cousteau declared this one of the most beautiful diving sites in the world. We also hope to have some nice kitesurfing sessions over here.

That’s it for now. We will keep you posted.