Archief voor maart 2016

Cuba – part 2

Cuba route

Blauw: Cedo Nulli / Groen: Viazul busroute / Paars: Rondreis met Frans en Ton / Rood: Het Zwarte Gat

[English translation below]

Drankje met ouders van Joris

Drankje met ouders van Joris

In de wetenschap dat we de boot in goede handen achterlieten in de jachthaven van Puerto de Vita, stapten we op 9 maart in de taxi naar Holguín. Op de vlucht voor beestjes en op zoek naar ons hotel met internet. We brachten de dag internettend en lezend door bij het zwembad en keken rond in Holguín (niet veel te zien). De volgende dag maakten we ons op voor de ruim 12 uur durende nachtelijke busrit met Viazul naar Havana. Het viel ons reuze mee en we hebben de tocht allebei grotendeels slapend doorgebracht.

Aangekomen in Havana lieten we ons afzetten bij onze eerste casa particular. Dat is een soort bed and breakfast bij mensen thuis, dé manier om je huisvesting te regelen in Cuba. Toen we in de rij bij de bank stonden, zag Joris ineens zijn ouders binnenkomen. Zij waren al een dag eerder vanuit Nederland aangekomen en we hadden afgesproken elkaar later op de dag te ontmoeten. Stom toeval dat we elkaar bij die bank al troffen. Het weerzien werd gevierd met een kop koffie en daarna gingen we met z’n vieren de stad in.

Havana

Havana

Het plezier was echter van korte duur, want in de bus naar Havana had Nicole kiespijn gekregen en die werd steeds erger. Dus toch maar besloten een tandarts op te zoeken. De praktijk bleek bij onze casa om de hoek te zitten en de tandarts stuurde de zittende patiënt direct uit de stoel om Nicole te helpen. De aanblik van zijn werkplek en de etende, drinkende en rokende mensen rondom de stoel was wel even slikken, maar veel keuze was er niet. De aangedane kies werd voortvarend schoongemaakt en Nicole gemarineerd in de antibiotica. In een kamertje achteraf wisselden vervolgens wat geldbiljetten van eigenaar voor de verleende dienst en ging de assistente op haar eigen naam wat medicijnen halen bij de apotheek. Zo gaat dat blijkbaar in Cuba.

De volgende dag meldden wij ons al vroeg voor het ontbijt in de casa van Frans en Ton (Joris zijn ouders). Daarna begon onze 9-daagse rondreis door Cuba. Sergio, onze taxichauffeur annex gids bleek geen woord Engels te spreken, dus Joris kon zijn Spaanse taalvaardigheid in de praktijk brengen en bleek een natuurtalent.

Joris als reisleider

Joris als reisleider

Op weg naar Cienfuegos maakte we een stop in La Boca bij het crocodile zoopark, waarna Sergio ons afleverde bij een bijzonder restaurantje ergens achteraf, waar we heerlijk gegeten hebben en waar de dames in het zonnetje gezet werden vanwege ‘national ladies day’. Nooit van gehoord maar wel leuk!

Van de stad Cienfuegos hebben wij niet veel gezien, want inmiddels was er een abces in de kaak van Nicole ontstaan, waar wat aan moest gebeuren. Terwijl Frans en Ton door de stad wandelden, maakten wij kennis met de kaakchirurg en de gebrekkige operatiekamer van het academisch ziekenhuis. Een kleine ingreep en nog meer antibiotica en Nicole was weer bijna als nieuw.

Frans en Ton in Cienfuegos

Frans en Ton in Cienfuegos

Na 30 dagen verblijf in Cuba moesten wij ons toeristenvisum laten verlengen en dit bleek lastiger en tijdrovender dan ons van tevoren was verteld. We zijn vele uren zoet gehouden door de bureaucratie en ondertussen zaten die arme Frans en Ton steeds geduldig in de auto te wachten. Maar zonder verlenging geen rondreis door Cuba, dus weinig keus en uiteindelijk is ook dit weer gelukt.

Trein door Valle de los Ingenios

Trein door Valle de los Ingenios

Met alle obstakels uit de weg konden we hierna zorgeloos genieten van onze verdere rondreis door Cuba met Frans en Ton. We bezochten achtereenvolgens Trinidad, Sancti Spiritus, Camaguey, Ciego de Avila, Santa Clara en Matanzas. Deze reis was een geweldige ervaring, waar we met zijn vieren enorm van hebben genoten. We hebben teveel gezien en gedaan om allemaal op te noemen. Het rijden door dit uitgestrekte land en de enorme tegenstellingen die we gezien hebben waren heel bijzonder. Op de snelweg reden moderne auto’s, oldtimers, tractoren, maar ook fietsen en paard en wagens. We keken onze ogen uit.

Mausoleum van Che Guevara

Mausoleum van Che Guevara

Hoogtepunten waren absoluut de rit met de stoomtrein naar Valle de los Ingenios, waar uitgestrekte suikerrietplantages zijn, de stad Trinidad, het mausoleum van Che Guevara in Santa Clara en de stiekeme sigarendeal in een steegje achter de sigarenfabriek in Ciego de Ávila. Jammer genoeg waren veel kerken en musea gesloten, maar er bleef nog meer dan genoeg over om ons te vermaken.

Wonen in Cuba

Wonen in Cuba

De ontvangst in de casa’s was overal goed en het was leuk om te zien hoe verschillend de huisvesting overal was: van gewoon een slaapkamer in iemand z’n huis tot ambitieuze families die hard aan het bouwen waren aan een mooi luxe hotelletje. Lawaai en stank van uitlaatgassen waren overal, net als super vriendelijke en gastvrije Cubanen.

 

Na negen dagen kwamen we terug in Havana en gingen Frans en Ton naar hun eigen casa, van waaruit zij nog een paar dagen samen de stad gingen verkennen. Wij gingen naar de casa die was gereserveerd door de mannen van Het Zwarte Gat en wachtten in spanning hun aankomst af. Die liet door vertraging van het vliegtuig nogal op zich wachten, maar midden in de nacht was het dan toch zover. Op het dak van de casa werd het weerzien gevierd met een rum en sigaar.

Mannen van Het Zwarte Gat

Mannen van Het Zwarte Gat

Het waren vier beregezellige dagen en nachten, waarin we per oldtimer een bezoek aan de tabaksplantages in Viñales hebben gebracht en naar een sigarenfabriek en rum museum zijn geweest. We hebben uitgebreid door de stad gedoold op zoek naar authentieke barretjes. In onze stamkroeg volgenden we de aankomst van Barack Obama live op tv. Verder kunnen we er helaas niets over zeggen, want ‘What happened in Havana, didn’t happen in Havana’!

Auto naar Vinales

Auto naar Vinales

De laatste avond van Frans en Ton hebben we met z’n allen gegeten en daarna zat het er ook voor ons weer op. De mannen gingen weer per vliegtuig naar huis en wij namen de bus naar huis. Cedo Nulli lag er nog bij zoals we haar hadden achtergelaten en ook de insecten waren overduidelijk blij om ons weer te zien.

Inmiddels hebben we boodschappen gedaan, getankt en uitgeklaard. We hebben vanochtend (25 maart) losgegooid en zijn op weg naar de Bahamas.

Adios Cuba, het waren 45 bijzondere en fantastische dagen. Wij komen terug!

 

Transport in Cuba

Transport in Cuba

Knowing we had left our boat safely behind in Puerto de Vita Marina, we took a taxi to Holguín in search of a bug-free hotel with wifi. We spent the day surfing on the internet in the pool area and walked around the city center (not much to see). The next day we prepared for our 12 hour nightly Viazul bus trip to Havana. The trip turned out not too bad and we both kind of slept most of the time.

On arrival in Havana we had a taxi drop us off at our very first casa particular, the Cuban version of a bed and breakfast at peoples homes. This is the way most of the tourists stay overnight in Cuba. While we were in the queue at the bank, Joris suddenly spotted his parents entering too. They arrived the day before by plane from Holland. We were supposed to meet each other later that day and it was a coincidence that they were there at the same time. Our reunion was celebrated with a coffee and afterwards we started exploring the city together.

Joris' parents

Joris’ parents

Unfortunately, Nicole had a terrible toothache and needed to visit a dentist. As it turned out, there was a clinic around the corner of our casa. The patient already in the chair was immediately kicked out, so Nicole could get in. The sight of the pizza-eating, smoking and coffee drinking staff, together with the very outdated workplace didn’t look very appealing, but what choice did we have? The infected tooth was quickly cleaned out and Nicole got an antibiotic marinade. In a backroom, some money for services rendered was secretly transferred and the nurse went out to get a medication prescription for Nicole filled out in her own name. We suppose this is the Cuban way of dealing with these things.

View from our casa

View from our casa

The next morning we reported for breakfast early at the casa of Frans and Ton, Joris’ parents. From there we would start our 9-day tour across Cuba. We soon found out that Sergio, our taxi driver aka tour guide didn’t speak a word of English, so Joris could practice his recently acquired Spanish language skills. He turned out to be a natural at it!

On our way to Cienfuegos we made a stop at La Boca Crocodile ZOO park and afterwards Sergio took us to a remote restaurant where we had a delicious lunch. Because of ‘National Ladies Day’, Ton an Nicole were treated with special care. Never heard of it, but a very nice experience.

Valle de Los Ingenios

Valle de Los Ingenios

We didn’t get to see much of Cienfuegos, because Nicole’s toothache had developed into a jaw abscess that needed treatment. So while Frans and Ton walked around in the city we got to know the local surgeon and his dodgy operating theatre at Cienfuegos University Hospital. After a small surgical procedure and some more antibiotics, Nicole was as good as new.

Also, authorities had to be dealt with again. After already a 30 day stay in Cuba our tourist visa needed extensions. This turned out to be a much bigger hassle than we were told by the immigration officer in Puerto de Vita. We were kept busy in several offices across town for many hours, while poor Frans and Ton waited patiently in the car. But in the end everything was settled and we were allowed to continue our journey.

Cigar factory

Cigar factory

With all obstacles out of the way we could now enjoy our adventure without any trouble. We visited Trinidad, Sancti Spiritus, Camaguey, Ciego de Avila, Santa Clara and Matanzas. The trip was an incredible experience, which the four of us enjoyed enormously. It is impossible to describe all the things we have seen and done along the way. Just driving through the wide countryside and observing all the contradictions was impressive. For instance, on the high way you see modern cars, the famous old-timers and farm tractors, but also bicycles and horses with carriages. Overcrowded cattle trucks are regularly used as busses. We were amazed by the things we have seen.

Train to Valle de Los Ingenios

Train to Valle de Los Ingenios

The steam train ride to Valle de Los Ingenios, where enormous sugar plantations are, was one of the best experiences during the trip, together with the city of Trinidad, the Che Guevara Mausoleum in Santa Clara and the buying of cigars in an obscure alley behind the cigar factory in Ciego de Avila. Unfortunately, many churches and museums were closed, but there was still plenty left for us to enjoy.

The reception in the different casas particular was great and it was nice to see the different ways people set up a guest for the night. Some just give you a bedroom in their homes, while other very ambitious families work hard to construct a beautiful small luxury hotel. The loud noises and smell of exhaust fumes where everywhere, just like super friendly and hospitable Cubans.

After 9 days we returned to Havana. Frans and Ton had their own casa, from which they would explore the city on their own for a few days. We went to the casa reserved by the guys of ‘Het Zwarte Gat’ (The Big Black Hole) and waited for their arrival. Because of the delayed flight, the welcome party with cigars and rum at the roof terrace didn’t start until the middle of the night and almost lasted until breakfast.

View over Vinales valley

View over Vinales valley

We had four great days and nights, during which we visited tobacco plantations in Viñales by classic car, went to a cigar factory and the rum museum. We also elaborately strolled through the streets of Havana in search of authentic pubs. In the bar we adopted as our home base we witnessed the arrival of Barack Obama live on tv. We cannot write more about the visit of HZG, because ‘what happened in Havana, didn’t happen in Havana’!

We celebrated Frans and Tons last night with a dinner together and after this, things ended for us too. The guys flew back to Holland the day after Frans and Ton and we took the bus back home. Cedo Nulli was waiting for us in the same condition we left her 16 days earlier and even the insects proved to be very happy to see us again.

Since then we went grocery shopping, fueled up and cleared customs. This morning (March 25th) at 09:00 a.m. we left Puerto de Vita for the Bahamas.

Adios Cuba, we had the most remarkable and fantastic 45 days. We will be back!

Cuba – part 1

[English translation below]

Aankomst Santiago de Cuba

Aankomst Santiago de Cuba

We zijn inmiddels al ruim drie weken in Cuba en we hebben het hier prima naar ons zin. Het kost wel enige moeite om te wennen aan helemaal geen internet, het moeten zoeken naar boodschappen en de regels die gelden als je Cuba bezoekt met je eigen boot, maar de mensen zijn super vriendelijk en het land is erg mooi. Santiago de Cuba bleek een prima stad om te acclimatiseren en kennis te maken met de Cubaanse regels en gewoonten.

Pontje naar Santiago center

Pontje naar Santiago center

Vlakbij de jachthaven vertrekt een veerpontje dat je in een half uur naar de stad Santiago de Cuba brengt. Tijdens onze eerste tocht werden we benaderd door een man, die vroeg of we soms nog boodschappen nodig hadden en die aanbood ze voor ons te doen op de lokale markt. We plaatsten een kleine bestelling en spraken af dat hij aan het einde van de dag met de gevraagde boodschappen zou wachten bij de steiger van het pontje. We moesten van tevoren betalen en als teken van betrouwbaarheid gaf hij ons zijn identiteitskaart. Achterdochtige Hollanders die wij zijn, hadden we weinig vertrouwen in deze clandestiene transactie. Tot onze stomme verbazing stond hij echter bij terugkomst klaar met een brood, 36 kakelverse eieren (we hadden ‘een paar’ eieren besteld) en een lekkende tas met daarin de poten van een kip die kort tevoren nog vrolijk rondrende. Transactie geslaagd en wij spijt dat we niet meer besteld hadden!

Parque Cespedes

Parque Cespedes

Aan geld komen bleek lastiger dan gedacht: onze Maestro-bankpassen werken niet in Cubaanse geldautomaten, ze accepteren uitsluitend VISA-passen. Je kunt wel contant geld wisselen, maar wij hebben alleen dollars en dan betaal je vanwege het embargo 10% extra boete bovenop de wisselkoers. Aangezien je bijna nergens met je pas kunt afrekenen en ook het liggeld in de marina contant voldaan moet worden, gingen we op zoek naar een bank. De toeristenbank bleek om onduidelijke redenen meerdere dagen dicht, dus wij naar de lokale bank. Een uur in de rij om geld op te nemen met onze creditcards, bleken ze geen rijbewijs te accepteren als identificatiemiddel. Dus een dag later weer terug met paspoorten. Je moet geen haast hebben in Cuba!

Hotel Gran Casa

Hotel Gran Casa

Internet is schaars in Cuba en dat is best lastig als je gewend/ verslaafd bent aan altijd en overal online te zijn. Iedere plaats heeft een of meerdere locaties waar je met behulp van een kraskaart kunt inloggen en een uurtje of zo kunt surfen op de snelheid van een ouderwets telefoonmodem. In Santiago bevindt een van deze plaatsen zich in hotel Gran Casa, waar ze toevallig ook lekkere mojitos en sigaren verkopen, dus geen enkel probleem om daar een tijdje rond te hangen. Maar het blijft lastig als je gewend bent om altijd en overal je berichten te checken. Amerikaanse websites zijn vaak afgeschermd, net als onze Cedo Nulli-webmail. Skype en Facetime werken niet, vanwege de traagheid van de verbinding. Kortom: afkicken en back to basic! Snel een paar korte berichten via What’s app, een weerbericht en wat mail ophalen en dat is alles. We moeten toegeven dat het ook best lekker rustig kan zijn!

Fort Morro

Fort Morro

 

Samen met een paar Franse medezeilers deelden we een taxi naar Castillo de San Pedro de la Roca del Morro, het fort dat aan de ingang van de baai naar Santiago de Cuba staat. Vanaf daar hadden we een prachtig uitzicht over de omgeving. Het kasteel is mooi gerenoveerd en gaf een goed beeld over de verdediging van de stad in vroeger tijden. De taxi was precies zoals je die in Cuba zou verwachten: een Ford uit de jaren ’50, met daarin een gereviseerde tractormotor. Niet tegen de deur leunen, want dan val je eruit in de bochten. Er waren tijdens de heuvelachtige tocht regelmatig momenten dat wij dachten dat we moesten gaan duwen, maar de auto bleef rustig doortuffen en bracht ons waar wij wilden zijn.

Cubaanse taxi

Cubaanse taxi

Omdat de autoriteiten bang zijn dat je Cubanen het land uit smokkelt met je boot, is het verboden om aan land te gaan op plaatsen waar geen jachthaven of post van de Kustwacht is. Je moet van tevoren een zeilplan indienen en de plaatsen benoemen die je wilt gaan bezoeken. Je krijgt dan van de Kustwacht te horen voor welke plaatsen je wel of geen toestemming krijgt en vervolgens wordt alles vastgelegd in een vergunning om langs de kust te varen. De bewegingen van het schip worden nauwlettend in de gaten gehouden en bij vertrek van de ene ankerplaats worden de autoriteiten in de volgende gewaarschuwd. Net als bij de Elfstedentocht moet je in iedere ankerplaats een stempel van de lokale Kustwacht halen voor in je vergunning, zodat ze bij aankomst op de eindbestemming kunnen zien dat je je netjes aan de afgesproken route hebt gehouden. In de praktijk bleek dit allemaal reuze mee te vallen en ons gebrek aan Spaanse woordenschat kwam soms ook wel goed uit, als iemand probeerde te vertellen dat iets niet mag. Ons zeilplan naar Puerto de Vita werd met uitzondering van twee plaatsen snel goedgekeurd en vastgelegd in een cruising permit (vergunning). Na een halfslachtige controle op verstekelingen verlieten we na 6 dagen Santiago om verder in oostelijk richting te trekken.

Cubaanse kust

Cubaanse kust

De route die wij genomen hebben leidt door de zogenaamde ‘Windward Passage’. Dit is de doorvaart tussen Cuba en Haïti, waar het flink kan spoken bij bepaalde weersomstandigheden. De zee wordt er door een smalle doorgang geperst en kan onder invloed van wind en stroming erg wild worden. Timing is erg belangrijk om deze passage veilig en snel te kunnen maken en in dit jaargetijde is het weer erg wisselvallig. Vandaar dat we op sommige plaatsen niet zo lang konden blijven als we zouden willen, terwijl we op andere plaatsen juist langer moesten blijven dan gewenst. Toch hebben we gekozen voor deze route, omdat het de oversteek naar de Bahamas over een paar weken erg makkelijk maakt en het vanuit hier logistiek handig is om de rest van Cuba over land te verkennen.

 

El Yunque

El Yunque

Baracoa was onze eerstvolgende stop, op ongeveer 250 km en 24 uur varen van Santiago de Cuba. Het is een klein stadje aan de voet van El Yunque, een berg met een platte bovenkant en The Sleeping Beauty, een heuvellandschap dat er met enige fantasie uitziet als een vrouw die op haar rug ligt. Al snel nadat wij ons anker hadden neergelaten, kwam de Guarda Frontera (de Kustwacht) drie man sterk aangeroeid. De kapitein van de Guarda kwam aan boord en maakte ons met handen en voeten duidelijk dat dit geen plaats met een marina is en dat we dus niet aan land mochten. Na een beetje zielig kijken en een paar ‘no comprendo’s’, zei hij dat we wel aan land mochten, maar dat er te allen tijde 1 persoon aan boord moest blijven. Lekker gezellig wel, als je met zijn tweeën bent! Maar een mens moet toch eten, dus de volgende dag keek Joris in de loop van het geweer van een jonge Guarda-soldaat, toen hij via een laddertje aan land klom. Hij mocht niet rondkijken op het terrein van de haven en ook geen foto’s maken, maar wel naar het dorp lopen voor de benodigde boodschappen.

Baracoa

Baracoa

In Baracoa bleek het goed shoppen, dus Joris kwam terug met een enorme buit aan verse groenten, fruit, vlees en brood. Missie geslaagd. De eerste nacht lagen we door de noordelijke golfslag die de havenmonding inliep behoorlijk te rollen in ons bed, maar nadat we een tweede anker hadden uitgebracht aan de achterkant van de boot was dat probleem verholpen. De wind en bijbehorende golfslag hielden ons 6 dagen ‘gevangen’ in Baracoa. Dat is best lang als je niet samen aan de wal kunt om dingen te ondernemen, maar we hebben ons goed vermaakt met klussen en lezen. En op de een of andere manier wist onze wifi-antenne het plaatselijke signaal op te pikken, waardoor we af en toe contact hadden met de buitenwereld.

Ensenada de Taco

Ensenada de Taco

Zodra de golfslag afnam tot een acceptabel niveau, zetten wij koers naar Ensenada de Taco. De ingang van deze baai is heel smal en er liggen koraalriffen aan beide kanten, dus het moest absoluut rustig zijn om hier naar binnen te kunnen gaan. Het bleek de zes dagen wachten in Baracoa en een paar uur op de motor varen meer dan waard, want Ensenada de Taco is een van de mooiste baaien die we ooit gezien hebben. De baai ligt in het Humbolt-natuurpark, waar zeekoeien leven en dat omgeven is door een prachtig regenwoud. Al bij de invaart bleek dat de in de pilots en kaarten aangegeven Guarda Frontera post er niet meer bestaat. De baai wordt alleen bewoond door vissers en parkwachters. We kochten kreeften, joekels van garnalen en vis van de vissers, die al snel hun kans zagen en van alles aan ons probeerden te slijten. Ons verblijf in deze baai werd daarmee met stip het culinaire hoogtepunt van onze tocht naar Puerto de Vita.

Vissers van Ensenada de Taco

Vissers van Ensenada de Taco

De zeekoeien lieten zich helaas niet zien, maar de vissers steeds vaker. Ze nodigden ons op een gegeven moment uit om aan land te komen en hun dorp te bekijken. Toen na een tijdje bleek dat het nog zo’n 4 kilometer lopen was, zijn we toch maar omgekeerd. We wilden ook de boot niet te lang onbeheerd achterlaten en het is tenslotte illegaal om zo aan land te gaan. We wilden niet in de problemen komen. Toen we vroegen waar we ons afval konden laten, gebaarden ze ons om de zak gewoon op het strand te gooien. Iedereen doet dat zo volgens hun. De verbazing was groot toen wij dat weigerden en onze vuilniszak weer mee terug aan boord namen. Niet begrijpend bleven ze herhalen dat zij dat wel voor ons zouden doen. Nee dank u. We zijn twee dagen in dit paradijs gebleven en moesten toen weer verder, voordat het volgende koufront de uitvaart uit de baai zou blokkeren. Op de avond voor vertrek kregen we nog een reus van een vers gevangen kreeft en de volgende ochtend werden we om 06:30 uur gewekt met Cubaanse koffie en allerhande boodschappen die wij niet nodig hadden. Toch vriendelijk van ze om ons uit te komen zwaaien.

Bahia de Tanamo

Bahia de Tanamo

Bahía de Sagua de Tanamo stond niet uitgebreid beschreven in de pilots, dus we wisten niet goed wat te verwachten. Bij aankomst stonden er een paar mensen te zwaaien en een van hen riep ons op via de marifoon. Hij bleek te fungeren als de lokale Guarda officier, ook al had hij geen kantoor, uniform of stempel. Joris werd aan de kade afgezet om de formaliteiten te vervullen, terwijl Nicole rondjes bleef varen. Terwijl we wachtten kwamen er steeds meer mensen uit het dorp om die rare snuiters met die zeilboot te bekijken en een praatje te maken. In deze baai waren de rollen omgedraaid en waren wij juist de attractie. Toen we eenmaal voor anker lagen, kwamen er bootjes langs om een rondje om ons heen te varen en ons te filmen en fotograferen. We begrijpen nog steeds niet waarom er zo weinig over is beschreven in de pilots, want het uitzicht was er schitterend en je mag overal vrij varen en ankeren. Helaas moesten wij de volgende dag weer doorvaren, ivm de weersvoorspellingen.

Bahía de Nipe daarentegen werd uitgebreid beschreven in de pilots als mooie ankerplaats. Je moet ervan houden, denken wij, want uitzicht hebben op grote rokende nikkelfabrieken is niet echt ons ding. Vandaar dat wij direct de volgende ochtend koers zetten naar Bahía de Naranjo, zo’n 45 mijl (83 km) naar het Westen. Hier waren ons dolfijnen en zeeleeuwen beloofd in het lokale Dolfinarium en een mooie ankerbaai. We hadden het plan om hier een paar dagen te blijven, alvorens de laatste mijlen naar Puerto de Vita af te leggen. Na een dag varen kwamen we rond vijven aan en werd ons door een man bij het Dolfinarium verteld dat de Marina gesloten is. Wij zeiden geen probleem en voeren door, omdat we tenslotte een vergunning hebben om te ankeren in deze baai en geen marina nodig hebben. Op weg naar onze ankerlocatie werden wij echter op de marifoon opgeroepen door de Guarda Frontera, die ons vroeg om te keren en ons naar Puerto de Vita dirigeerde. De toestemming om te ankeren was blijkbaar ingetrokken. We wilden geen ruzie met de autoriteiten, dus haastten we ons naar Puerto de Vita waar we vlak voor het donker ons anker neergooiden.

Live music in Guardalavaca

Live music in Guardalavaca

En hier zijn we nu al 6 dagen. Geen wind, geen winkels, geen wifi en alleen steekbeesten genoeg om gek van te worden. De marina ligt midden in de mangrovebossen, dus is vergeven van de insecten. Iedere dag vluchten we om vijf uur naar binnen en sluiten alle ramen en deuren, om maar zo min mogelijk gestoken te worden. We hebben geprobeerd onze busreis naar Havana te vervroegen, maar dat is niet gelukt. Morgen gaan we met de taxi naar Holguin en slapen daar in een hopelijk insectenvrij hotel. Zondag pakken we de bus naar Havanna, waar we maandag aankomen en Joris zijn ouders ontmoeten. Daarna begint deel twee van ons avontuur: Cuba verkennen over land. Wordt vervolgd …

 

Marina Santiago de Cuba

Marina Santiago de Cuba

In the meantime we are already three weeks in Cuba and we are having a great time. It took a while to get used to survive without wifi-connectivity, searching for groceries and Cuba’s rules and regulations for cruisers, but the people are extremely kind and helpful and the country is breathtaking. Santiago de Cuba was a perfect marina and city for us to get to know Cuba.
Walking distance from the marina there was a small ferry mainly for locals which brought us in half an hour to the city center of Santiago de Cuba. During our first trip a fisherman approached us and asked whether we needed any groceries which of course he could arrange for us and bring on the last ferry back to the marina. We decided to order bread, eggs and chicken and gave him some money after he handed his identity card as a proof of trust. We were still a little suspicious about this transaction, but happily surprised when he showed up with bread, 36 fresh eggs (we ordered a few) and a leaking bag with chicken which was for sure still alive earlier that day. Order succeeded and we felt sorry we didn’t ordered more!

Parque Cespedes

Parque Cespedes

To get Cuban pesos proved to be more difficult than expected: our Maestro-cards didn’t work in the Cuban ATM’s, they only accepted VISA-cards. You can exchange cash, but we only had US dollars which are charged an extra 10% because of the US embargo. Because almost nowhere in Cuba cards are accepted and even the marina required cash, we had to find a bank which would accept our bankcards. The ‘tourists’ bank was closed several days for vague reasons, so we ended up in a local bank. After spending over an hour in the queue, they didn’t accept our drivers license as identification. So the next day we went back with our passports. You don’t need to be in a rush in Cuba to achieve something!

El Morro

El Morro

Internet is still rare in Cuba and that’s very inconvenient if you’re used / addicted to be connected anytime anywhere. Every town has one or a few locations where you can login to the ETECSA WIFI network with an 1 hour scratch card, however the speed is from an prehistorical phone modem. In Santiago this location was situated in hotel Gran Casa, where they also served very nice mojitos and Cuban cigars, so no problem for us to spend a few hours there. But still it was inconvenient and felt strange to be so remote when you’re used to be able to browse the internet and your messages any time of the day. Also a lot of US websites are blocked, just like our Cedo Nulli webmail. Skype and Facetime didn’t work most of the time because of the (lack of) speed. Just a few Whatsapp messages, an email and weather forecast and that’s it. We have to admit, after a few days this is very relaxing!

Together with a few French sailors we shared a taxi to Castillo de San Pedro de la Roca del Morro, a fort at the entrance of the bay to Santiago de Cuba. From there you have a beautiful view. The castle is nicely renovated and gives a good idea about the defense system in the early ages. Our taxi also was exactly as you would expect in Cuba: however showing a Renault logo it was a Ford from the ’50, with an old Rosseau tractor engine inside. We were warned not to lean to the door in a bight if you don’t wanna fall out.

View over Santiago

View over Santiago

Because the authorities are afraid you might try to get Cubans out of the country it is prohibited to go ashore in locations without a harbor, marina or Coast Guard station. You have to submit a plan with all places you would like to visit and the Coast Guard will tell you exactly where you’re allowed to go and where not, which then is documented in a Despacho (cruising permit). All ship movements are monitored and leaving one place requires a stamp in your Despacho and is reported to the next Coast Guard station. In reality the authorities were not that strict (anymore) and our poor Spanish vocabulary probably helped to get away with some illegal landings and anchorage places. After some discussion we got approval for our cruising plan to sail to Puerto de Vita with the exception of one or two places and we were ready to leave Santiago in easterly direction.

We took the so called ‘Windward Passage’ which is the route between Cuba and Haiti, which can give an awful combination of wind, swell and waves in northeasterly winds. Timing is important to have a safe and comfortable sailing, so sometimes we had to travel faster than we wanted and sometimes we had to stay longer at specific locations. However this was still the best option for us to leave our boat in a proper marina to discover the rest of Cuba on land and have a good starting point to reach the Bahamas.

Cedo Nulli in Baracoa bay

Cedo Nulli in Baracoa bay

Baracoa was our next stop, about 250 km / 134 nautical miles and 24 hours sailing from Santiago de Cuba. It’s a small town with a perfect view on El Yunque, a mountain with a flat top, and The Sleeping Beauty, a combination of hills with the shape of – indeed, with some fantasy – a sleeping lady. Before our anchor hit the bottom the Guarda Frontera (Coast Guard) was already approaching us, rowing with three young guys. The Commander got onboard Cedo Nulli and tried to make it clear that Baracoa isn’t a marina, so we were not allowed to land. After he saw our disappointed faces and a few ‘no comprendo’s’ he reconsidered and gave us permission, however at all times one person had to stay on board. Very friendly of him, but a little useless if you’re just with two and want to explore the country together. However we have to eat, so the next day Joris climbed the stairs of the quay and looked right in the gun of a young Guarda soldier who escorted him outside the gate of the harbor area and prevented him to take any pictures or two steps in the wrong direction. Baracoa is a nice town with a lot of pubs and restaurants and plenty of places to buy fresh vegetables, fruit, meat and bread. A northeasterly swell kept us 6 days in Baracoa before the bay entrance was safe enough again to leave. This seems long if you’re not really allowed to go onshore, but we had a good time reading, fixing, doing some maintenance and even once in a while we picked up a local WIFI signal.

Ensenada de Taco

Ensenada de Taco

As soon as the swell and waves were acceptable we got our clearance and stamp from the Guarda Frontera and left for Ensenada de Taco. The entrance of the bay is very small and surrounded by coral reef, so it had to be slack and quiet weather to go inside. This made up for the 6 days waiting in Baracoa because Ensenada de Taco is definitely one of the most beautiful bays we’ve ever seen, located in the Humbolt-natural park. We discovered that the Guarda Frontera post didn’t exist anymore – according to some local fishermen blown away by a hurricane 4 years ago – so nobody to check us or hold us back from landing. We bought lobster, giant shrimps and fish from the fishermen, who tried to sell us all they could find. It seems they only see 4 sailing boats a year in this hidden treasure. We were invited to go onshore with them and visit their village. After walking and talking for a while we found out it was still almost another 3 miles to go, so we decided to turn around. Also we didn’t want to leave our boat too long as we were kind of illegally onshore and not looking for problems with Cuban authorities. We stayed 2 days in this paradise and then had to move forward before the next cold front would block the entrance of the bay again. The evening before our departure we got a huge lobster from the fishermen and also the next morning they visited us for the last time bringing Cuban coffee and all kind of groceries we didn’t really needed, but very friendly of them to wave us goodbye.

Home cooked lobster

Home cooked lobster

Bahía de Sagua de Tanamo wasn’t described elaborately in the pilots, so we really didn’t know what to expect. On arrival, a few people were waving at us on the dock and one of them called us on the radio. As it turned out, he was the acting Guarda Frontera officer, even though he didn’t have a uniform, an office nor a stamp. Joris was dropped off at the quay for the usual formalities, while Nicole circled around with the boat. While we were waiting more and more people from the village showed up to see and talk to those crazy people with their sailing boat. In this bay we were the attraction. Once we had anchored, little boats turned up and circled around us with people photographing and filming us. We still don’t know why so little was written about this beautiful bay with it’s gorgeous views. You’re free to sail and anchor everywhere. Unfortunately, we had to sail on the next day because of the weather forecast.

Daily workout

Daily workout

Bahía de Nipe on the other side, was described in the pilots as a beautiful anchorage. You have got to like it, we guess, because the view of nickel factories wasn’t really our cup of tea. This is why we sailed on to Bahía de Naranjo, which lies about 45 miles (85 km) to the West. Here, we were promised dolphins and sea lions in the local sea life center and also a scenic anchorage. We were planning to stay here for a few days before sailing the last few miles to Puerto de Vita. After a long days sail we arrived at Bahia de Naranjo at around five ‘o clock. We were told by a guy from the sea life center that the marina is closed nowadays. We told him we didn’t mind, since we already had the Guarda Fronteras permission to anchor in the bay and then passed through the canal to the anchorage. Before we could anchor, we got called on the VHF by the Guarda Frontera redirecting us to Puerto de Vita without giving a reason. Apparently, our permission to anchor in Naranjo was suddenly revoked. As we didn’t wanted to get into trouble with the authorities, we rushed to reach Puerto de Vita before dark.

Taxi 'Batmobile' to Holguin

Taxi ‘Batmobile’ to Holguin

So this is the place where we have been hanging out for the last six days. No wind, no shops, no wifi, just lots of bugs and mosquitos to drive us crazy. The marina is located in the middle of mangrove forests, so it is overcrowded by insects. Every day at 5 p.m. we rush inside and close all hatches to prevent being stung. We tried to change the departure date of our bus trip to Havana to an earlier date, but unfortunately didn’t succeed. Tomorrow, we will take a taxi to the city of Holguín and will stay at a (hopefully) bug-free hotel. On Sunday we will take the bus to Havana, where we will arrive Monday morning to join Joris’ parents. From there, part two of our Cuban adventure will start: exploring the country over land. To be continued …